Rotondes zorgen voor veel verwarring tijdens het theorie-examen. Verkeer op de rotonde heeft voorrang, behalve wanneer er haaientanden staan. Fietsers op het vrijliggende fietspad krijgen ook voorrang. Maar niet altijd. Deze regels verschillen per situatie en gemeente. Ongeveer 35 procent van de examenvragen over voorrang gaat over rotondes.

Fietsers verdienen extra aandacht

Het fietspad bepaalt alles bij rotondes. Ligt het fietspad los van de rotonde? Dan hebben fietsers voorrang. Zowel bij het oprijden als verlaten. Geen fietspad maar fietsstroken op de rotonde zelf? Dan gelden andere regels. Fietsers hebben dan geen voorrang meer. Ze rijden gewoon mee in het verkeer. Dat verschil maakt veel kandidaten in de war. Let op de rode kleur van fietspaden. Die geeft aan waar fietsers rijden. Maar rood asfalt betekent niet automatisch voorrang. De ligging ten opzichte van de rotonde telt. Twee meter afstand? Dan is het vrijliggend. Direct ernaast? Dan niet. Deze details komen terug in examenvragen. Theorie Tijger laat je alle varianten oefenen met duidelijke voorbeelden uit de praktijk.

Haaientanden veranderen alles

Die driehoekjes op de weg hebben een grote impact. Staan ze er? Dan moet je voorrang verlenen. Ook al rijd je op een rotonde af. Normaal heeft verkeer op de rotonde voorrang. Haaientanden draaien dat om. Je ziet ze vooral bij drukke rotondes. Of waar veel fietsers oversteken. Het CBR test deze kennis grondig. Examenfoto’s tonen rotondes vanuit verschillende hoeken. Soms zie je de haaientanden pas laat. Kijk daarom goed naar de wegmarkering. Niet alleen naar verkeersborden. Want haaientanden gelden ook zonder borden. Andersom werkt het ook. Een voorrangsbord zonder haaientanden is ongeldig. De wegmarkering gaat altijd voor. Verwarrend? Best wel. Daarom komt het zo vaak fout.

Trams en bussen op rotondes

Openbaar vervoer maakt rotondes extra complex. Trams hebben meestal voorrang. Ook op rotondes. Maar er zijn uitzonderingen. Als de tram van rechts komt op een gelijkwaardig kruispunt bijvoorbeeld. Bussen hebben geen automatische voorrang. Ze volgen dezelfde regels als auto’s. Behalve als ze wegrijden van een halte. Dan moet je ze voor laten gaan. Binnen de bebouwde kom dan. Daarbuiten niet. Deze nuances zijn lastig te onthouden. Het helpt om de logica erachter te snappen. Trams kunnen niet uitwijken. Daarom krijgen ze vaak voorrang. Bussen zijn wendbaarder. Die behandel je als gewoon verkeer. In Delft rijden geen trams. Daar oefen je alleen met bussen.

Meerdere rijstroken op grote rotondes

Turborotondes hebben twee of meer rijstroken. Je kiest je strook bij het oprijden. Daarna kun je niet meer wisselen. Doorgetrokken strepen verhinderen dat. Ga je driekwart rond? Neem de binnenste strook. Eerste afslag? Dan de buitenste. Het klinkt logisch. Toch gaat het vaak mis. Mensen rijden op de verkeerde strook. Of willen alsnog wisselen. Dat mag dus niet. Het examen toont situaties met turborotondes. Je moet aangeven welke route mogelijk is. Vanuit welke rijstrook mag je afslaan? De pijlen op het wegdek geven het aan. Maar die zie je niet altijd op examenfoto’s. Dan moet je het afleiden uit de verkeersborden. Auto theorie-examen oefenen bevat veel vragen over turborotondes.

Voorsorteren begint ruim voor de rotonde

Blauwe borden kondigen rotondes aan. Daarop zie je welke afslag je moet nemen. Tel de afslagen. Dat voorkomt verwarring op de rotonde zelf. De juiste rijstrook kies je al voor de rotonde. Niet pas erop. Te laat wisselen veroorzaakt gevaarlijke situaties. Examenvragen testen of je voorsorteert. Welke rijstrook kies je voor bepaalde bestemmingen? Het antwoord hangt af van de bebording. Soms staat er “alle richtingen” bij een strook. Dan mag je overal naartoe vanaf die positie. Handig als je twijfelt. Maar meestal moet je echt kiezen. Verkeerd voorsorteren kost punten op het examen.

Snelheid aanpassen bij nadering

Een rotonde nader je met aangepaste snelheid. Niet te hard, maar ook niet onnodig langzaam. Ongeveer 20 tot 30 kilometer per uur is gebruikelijk. Dat geeft tijd om de situatie te beoordelen. Fietsers zien, voetgangers opmerken, voorrang bepalen. Te hard oprijden is gevaarlijk. Je kunt niet meer stoppen als dat moet. Te langzaam irriteert andere weggebruikers. Het veroorzaakt onnodig oponthoud. Het CBR vraagt naar veilige snelheden. Ook bij rotondes. De examenvragen gaan over aanpassen van tempo. Wanneer rem je af? Hoe hard rijd je op de rotonde? Deze praktische kennis is belangrijk. Een rijbewijs kost minimaal 1100 euro voor lessen en het praktijkexamen. Goede theorievoorbereiding maakt de praktijk makkelijker.

Verlaten van de rotonde correct signaleren

Richting aangeven bij het verlaten is verplicht. Veel mensen vergeten dat. Of doen het te laat. Je knippert rechts als je de rotonde verlaat. Niet eerder. Anders denken anderen dat je de vorige afslag neemt. Verwarring is het gevolg. Op de rotonde zelf knipperen? Alleen als je meteen de eerste afslag neemt. Dan geef je vanaf het begin rechts aan. Ga je rechtdoor of verder? Geen knipperlicht bij oprijden. Pas bij het verlaten. Links knipperen op een rotonde? Nooit doen. Dat verwart alleen maar. Het examen test deze kennis met foto’s en video’s. Wanneer geef je richting aan? De timing moet kloppen.

Uitzonderingen die je moet kennen

Mini-rotondes in woonwijken hebben eigen regels. Daar geldt gewoon rechts voorrang. Tenzij anders aangegeven natuurlijk. De blauwe ronde borden ontbreken vaak. Je herkent ze aan de ronde vorm. En het witte ronde bord in het midden. Grote voertuigen rijden er soms overheen. Dat mag bij mini-rotondes. Bij normale rotondes niet. Onverharde rotondes bestaan ook. Zeldzaam, maar ze komen voor. Daar gelden weer andere voorrangsregels. De verharde weg heeft voorrang op onverhard. Ook als het een rotonde betreft. Verwarrend genoeg. Het theorie cursus in Amsterdam behandelt al deze uitzonderingen uitgebreid met voorbeelden.

Oefenen met verschillende rotondesituaties

Variatie in oefenmateriaal is essentieel. Niet elke rotonde is hetzelfde. Provinciale rotondes verschillen van stedelijke. Enkelbaans rotondes zijn simpeler dan meerbaans. Oefen ze allemaal. Start met basisrotondes zonder fietsers. Bouw langzaam op naar complexe situaties. Met trams, bussen, fietsers en voetgangers tegelijk. Examenvragen worden steeds moeilijker. Begin daarom vroeg met oefenen. Niet pas vlak voor je examen. Maak aantekeningen van lastige situaties. Bespreek ze met anderen. Samen leer je sneller. Online oefentools helpen enorm. Ze geven directe feedback op foute antwoorden. Zo begrijp je waarom iets fout ging. Dat is waardevoller dan alleen het goede antwoord kennen.

Veelgestelde Vragen over Voorrang bij Rotondes Auto Theorie Examen

In de meeste gevallen heeft verkeer op de rotonde voorrang. Haaientanden kunnen deze regel echter omdraaien, dus let altijd goed op de wegmarkeringen.

Fietsers op een vrijliggend fietspad rond de rotonde hebben meestal voorrang. Rijden ze op fietsstroken op de rotonde zelf, dan moeten ze het overige verkeer voor laten gaan.

Haaientanden verplichten bestuurders voorrang te verlenen, zelfs aan verkeer dat de rotonde oprijdt. Wegmarkeringen zijn leidend boven verkeersborden.

Trams hebben vaak voorrang vanwege hun beperkte wendbaarheid, behalve bij sommige gelijkwaardige kruispunten. Bussen volgen de normale voorrangsregels, behalve als ze wegrijden bij een halte binnen de bebouwde kom.

Je geeft pas richting aan bij het verlaten van de rotonde. Alleen als je direct de eerste afslag neemt, zet je vanaf het begin de rechterrichtingaanwijzer aan.

De waardering van theorietijger.nl/ bij WebwinkelKeur Reviews is 10.0/10 gebaseerd op 1 reviews.