Banden, remmen en remsysteem

Voertuigkennis Voertuigeisen

Je scooter moet technisch in orde zijn. De wet stelt eisen aan de banden en het remsysteem. Zo rijd je veilig en kun je op tijd stoppen.

Banden

Banden

De rubberlaag om het wiel van je scooter. Banden zorgen voor grip op het wegdek. Ze mogen geen beschadigingen hebben en het profiel moet diep genoeg zijn.

De banden van je scooter mogen niet beschadigd zijn. Een snee, scheur of bobbel in de band is gevaarlijk. De band kan dan klappen, zeker op hogere snelheid.

Het loopvlak is het middelste deel van de band dat het wegdek raakt, ongeveer 75% van de bandbreedte. De hoofdgroeven in dit deel voeren water af. Zonder voldoende profiel verlies je grip, vooral op nat wegdek, maar er is geen vastgelegde minimumdiepte aan het profiel.

Je rijdt op een natte weg. Je banden hebben nog maar weinig profiel. Het water kan niet goed afgevoerd worden, waardoor je scooter wegglijdt in een bocht. Controleer daarom regelmatig of je banden nog voldoende profiel hebben om veilig mee te kunnen rijden.

Voor- en achterwielrem

Reminrichting

Het geheel van onderdelen waarmee je de scooter afremt. Dit omvat de remhendels, remkabels of remslangen, remschijven of remtrommels en de remvoeringen.

Je scooter moet 2 afzonderlijke bedrijfsremsystemen hebben. Eén rem werkt op het voorwiel en één rem werkt op het achterwiel.

De voor- en achterwielrem werken onafhankelijk van elkaar. Zo kun je altijd remmen, ook als één systeem uitvalt. Gebruik je beide remmen tegelijk op een droge weg, dan moet de remvertraging ten minste 4,0 m/s² zijn.

Je rijdt op een droge weg en moet snel stoppen. Je gebruikt beide remmen tegelijk. De voorwielrem levert de meeste remkracht. De achterwielrem houdt je scooter stabiel. Samen stoppen ze je snel en veilig.

Eisen aan het remsysteem

De onderdelen van je remsysteem moeten aan strenge eisen voldoen:

  • Alle onderdelen zijn deugdelijk bevestigd.
  • Er is geen ernstige corrosie zichtbaar.
  • Er zijn geen beschadigingen, scheuren of breuken.
  • Er is geen lekkage van remvloeistof.

Remkabels mogen niet gerafeld zijn. Remslangen mogen niet zo beschadigd zijn dat de versterking binnenin zichtbaar wordt. Heeft je scooter een hydraulisch remsysteem, dan moet het reservoir voldoende vloeistof bevatten.

Heeft je scooter een antiblokkeersysteem (ABS), dan mag het waarschuwingslampje geen defect aangeven. Gaat het ABS-lampje branden na het starten, dan voldoe je niet aan de wet.

Je start je scooter en ziet een oranje lampje branden. Het is het ABS-waarschuwingslampje. Je mag nu niet wegrijden, want het remsysteem functioneert niet goed. Laat het controleren door een scooterspecialist.