Voorrang Gedrag bij afslaan
Voordat je wegrijdt of van rijstrook verandert, moet je altijd op tijd richting aangeven. Dit is een wettelijke verplichting voor alle bestuurders.
Het knipperende licht aan je voertuig. Hiermee laat je aan anderen zien dat je naar links of rechts wilt rijden.
Je verlaat jouw rijstrook en rijdt naar een andere rijstrook op dezelfde weg.
Een gemotoriseerd voertuig in een lichte categorie, zoals een brommer of snorscooter. Bromfietsers vallen ook onder de regels voor richting aangeven.
Je moet richting aangeven als je:
- wegrijdt
- andere bestuurders van een motorvoertuig inhaalt
- een rijstrook wisselt
- de doorgaande rijbaan oprijdt of verlaat
- een andere belangrijke zijdelingse beweging maakt
Geef altijd op tijd richting aan, voordat je aan de handeling begint. Andere weggebruikers hebben dan de tijd om te reageren. Zodra de handeling klaar is, zet je de richtingaanwijzer weer uit.
Wil je afslaan? Dan gebruik je de richtingaanwijzer. Ga je naar rechts, geef dat dan op tijd aan. Ga je naar links, geef dat dan ook op tijd aan. Zet je knipperlicht daarom al aan terwijl je nog rechtdoor rijdt.
Je laat andere weggebruikers weten wat je gaat doen. Je gebruikt daarvoor je richtingaanwijzers. Bromfietsers mogen ook hun arm gebruiken als teken.
Bromfietsers hebben een extra mogelijkheid. Zij mogen naast hun richtingaanwijzer ook met hun arm richting aangeven. Motorvoertuigen mogen alleen de richtingaanwijzers gebruiken.
Je staat geparkeerd langs de weg en wilt wegrijden. Voordat je optrekt, zet je je richtingaanwijzer aan. Andere weggebruikers zien dat je de weg op wilt rijden, maar je laat hen eerst voorbij rijden. Zodra je kunt gaan rijden en je plek op de rijbaan hebt ingenomen, zet je de richtingaanwijzer weer uit.
