Wetgeving Gedragsregels
Een voertuig dat niet rijdt, maar ook niet geparkeerd is. Bijvoorbeeld een auto die wacht voor een rood licht, of stopt om iemand in of uit te laten stappen.
Je parkeert als je je motorfiets neerzet en weggaat. Ook als je langer wacht dan nodig is voor het in- of uitstappen van passagiers of het laden of lossen van goederen, sta je te parkeren.
Bij slepen beweegt jouw motorfiets een ander voertuig voort met een touw, ketting of stang. Dat andere voertuig kan zelf niet meer rijden. Dit is iets anders dan een aanhangwagen trekken. Let op: met een tweewielige motorfiets mag je niet slepen of gesleept worden!
Als motorrijder heb je te maken met de algemene verkeersregels. Daarnaast gelden er een aantal specifieke gedragsplichten. Hieronder staan er alvast een paar genoemd.
Voetgangers en kwetsbare weggebruikers
Je laat blinden met een witte stok met rode ringen voorgaan. Hetzelfde geldt voor andere mensen die zich moeilijk voortbewegen. Op een voetgangersoversteekplaats laat je voetgangers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig voorgaan zodra zij oversteken of duidelijk willen gaan oversteken.
Je rijdt op een rijbaan en nadert een zebrapad. Een oudere man loopt langzaam naar het zebrapad toe. Hij staat er nog niet op, maar het is duidelijk dat hij wil oversteken. Daarom stop je en laat je hem voorgaan.
Slepen: maximale afstand
Sleep je een ander motorvoertuig, dan mag de afstand tussen jouw achterkant en de voorkant van het gesleepte voertuig niet meer dan 5 meter zijn.
Je staat met je trike met pech langs de kant van de weg. Een vriend komt je met zijn auto slepen en bevestigt een sleepkabel tussen zijn auto en jouw driewielige motorfiets. De kabel is 4 meter lang. Dat is toegestaan. Een kabel van 6 meter is dat niet.
Als motorrijder maak je geen onnodig geluid. Dit geldt trouwens ook voor bromfietsers en snorfietsers.
Tijdens het rijden zit je op de zitplaats die voor jou bedoeld is. Je passagiers zitten ook op hun eigen zitplaats. Je mag geen passagiers vervoeren in de laadruimte van een motorvoertuig of op een aanhangwagen, behalve in de gevallen die de wet uitzondert.
Je rijdt op je motorfiets en een vriend wil meerijden. Hij mag alleen achterop zitten, op de daarvoor bestemde zitplaats. Je mag hem niet vervoeren in een aanhangwagen achter je motorfiets.
