Wetgeving Rijden onder invloed
Het is verboden om een voertuig te besturen als je onder invloed bent van alcohol, drugs of medicijnen die je rijvaardigheid verminderen.
Je rijdt onder invloed als je een stof hebt gebruikt die je rijvaardigheid kan verminderen. Dat geldt voor alcohol, drugs en bepaalde medicijnen. De wet is daar duidelijk over: je bent dan niet meer in staat om behoorlijk te besturen.
Alle weggebruikers behalve voetgangers zijn bestuurders. Dus ook fietsers, bromfietsers en motorrijders vallen hieronder. Bij een motorvoertuig is de bestuurder degene die het voertuig bestuurt.
De wet geldt voor iedereen die een voertuig bestuurt. Als motorrijder ben je ook bestuurder. Daarom gelden voor jou dezelfde regels over rijden onder invloed.
Alcohol
Voor alcohol gelden vaste grenswaarden. De politie meet dit met een blaastest of een bloedtest.
Voor de meeste bestuurders gelden deze grenzen:
- Adem: maximaal 220 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht toegestaan
- Bloed: maximaal 0,5 milligram alcohol per milliliter bloed toegestaan
Heb je nog geen 5 jaar je rijbewijs? Dan gelden strengere grenzen:
- Adem: maximaal 88 microgram per liter uitgeademde lucht toegestaan
- Bloed: maximaal 0,2 milligram per milliliter bloed toegestaan
Drugs
Voor drugs gelden ook grenswaarden in het bloed. De wet noemt onder andere cannabis, amfetamine, cocaïne, GHB en heroïne. Gebruik je drugs en alcohol tegelijk? Dan geldt voor alcohol al een grens van 0,2 milligram per milliliter bloed.
Er geldt ook een algemene regel. Gebruik je een stof die je rijvaardigheid kan verminderen, dan mag je niet rijden. Sommige medicijnen vallen hier ook onder.
Je hebt de avond ervoor een paar drankjes gedronken en rijdt 's ochtends op je motor naar je werk. Je voelt je prima, maar je lichaam heeft de alcohol misschien nog niet volledig afgebroken. Zit je bij controle toch boven de grenswaarde, dan bega je een overtreding.
