Overige verkeersregels en gedragsplichten

Wetgeving Gedragsregels

Naast de grote verkeersregels zijn er ook kleinere gedragsregels. Die gelden voor iedereen op de weg. Ze zorgen voor rust, veiligheid en respect.

Onnodig geluid

Als bromfietser of snorfietser mag je geen onnodig geluid maken. Onnodig gasgeven terwijl je stilstaat is een voorbeeld van wat niet mag.

Passagier meenemen

Op een bromfiets mag je een passagier meenemen. Dat mag alleen op een zitplaats die onderdeel is van de constructie van de bromfiets. Zorg ervoor dat de passagier jou niet hindert tijdens het rijden.

Kinderen jonger dan 8 jaar neem je alleen mee op een doelmatige en veilige zitplaats. Die zitplaats moet voldoende steun geven aan rug, handen en voeten.

Slepen

Slepen

Dat is het laten trekken van een voertuig dat niet zelf meer kan rijden door een ander voertuig. Hiervoor gelden andere regels dan voor het rijden met een aanhangwagen.

Een tweewielige bromfiets mag niet slepen en mag ook niet gesleept worden. De sleepregels in de wet gelden alleen voor motorvoertuigen. Een bromfiets is geen motorvoertuig. Heb je pech? Bel dan een bergingsdienst of loop naar een plek in de buurt waar ze je kunnen helpen.

Je scooter heeft pech op een landweg. Je mag niet vragen of iemand je sleept. Dat is voor een tweewielige bromfiets niet toegestaan. Bel een bergingsdienst.

Blinden voorgaan laten

Voor laten gaan

Stoppen of vaart minderen zodat een andere weggebruiker als eerste kan oversteken of passeren.

Je herkent een blinde voetganger aan een witte stok met één of meer rode ringen. Wil die persoon oversteken, of is hij al bezig? Dan stop je of verminder je vaart. Je laat hem altijd voorgaan.

Je rijdt in een woonstraat. Bij een zebrapad staat iemand met een witte stok met rode ringen. Je stopt en geeft hem de ruimte om over te steken. Pas als hij veilig aan de overkant is, rijd je verder.