Bewegwijzeringsborden en informatieborden

Verkeerstekens en aanwijzingen Verkeersborden betekenis

Bewegwijzering

Dit zijn verkeerstekens die je helpen om je route of afstand tot een bestemming te bepalen. Denk aan wegwijzers, richtingsborden en informatiepanelen langs de weg.

Langs de weg staan borden die je de juiste kant op sturen. Deze borden zijn er in verschillende soorten. Elk type heeft een eigen doel en een vaste plek langs de weg.

Voorwegwijzers

Voorwegwijzer

Dit is een bord dat je van tevoren waarschuwt dat je afslag eraan komt. Je ziet dit bord vóór het punt waar je moet afslaan.

Voorwegwijzer langs autosnelweg (bord K2)

Een voorwegwijzer op de autosnelweg toont het afritnummer, de plaatsnamen die je via die afrit bereikt en de afstand tot de afrit. Zo heb je genoeg tijd om op de juiste rijstrook te gaan rijden.

Je rijdt op de autosnelweg. Je ziet een blauw bord met een pijl naar rechts, een afritnummer en een afstandsaanduiding van 1200 m. Je weet nu dat je over ruim 1 km rechts af moet slaan. Daarom ga je alvast naar de rechterrijstrook.

Beslissingsborden

Beslissingsbord

Dit is een bord op het punt waar je moet kiezen welke richting je op gaat. Je ziet dit bord op of vlak voor het afslagpunt.

Beslissingswegwijzer langs niet-autosnelweg (K6)

Een beslissingsbord toont met pijlen in welke richting de verschillende bestemmingen liggen. Je ziet dit bord op het kruispunt of de splitsing zelf.

Op autosnelwegen zie je ook hoge beslissingsborden. Die hangen boven de rijstroken en tonen welke rijstrook naar welke bestemming leidt.

Hoge beslissingswegwijzer autosnelweg (K4)

Dit bord hangt boven de weg. Het toont per rijstrook naar welke bestemming die rijstrook leidt. Een pijl recht omhoog betekent: doorgaan. Een schuine pijl betekent: afslaan.

Je rijdt op de autosnelweg en wilt afslaan. Boven de weg hangt een bord met drie pijlen. De linker twee pijlen gaan recht omhoog naar de doorgaande route. De rechterpijl wijst schuin naar rechts, naar jouw bestemming. Rustig rijd je nu naar de rechterrijstrook.

Symbolen op autosnelwegen

Op borden langs de autosnelweg staan ook symbolen. Die geven extra informatie over wat je aan die afrit kunt vinden. Veelgebruikte symbolen zijn:

  • Een vliegtuig voor een luchthaven
  • Een P voor een parkeerplaats of verzorgingsplaats
  • Een bed voor een hotel of overnachtingsmogelijkheid
  • Een routenummer in een schildje voor een bepaalde rijksweg of Europese route

De kleur van de bewegwijzering hangt samen met het wegtype. Blauwe bewegwijzering hoort bij de autosnelweg. Groene bewegwijzering verwijst naar de doorgaande route van autosnelweg naar autosnelweg. Borden voor het onderliggende wegennet, binnen en buiten de bebouwde kom, zijn meestal wit met zwarte of blauwe letters.

Informatieborden met symbolen

Langs de weg staan ook borden met symbolen die informatie geven over voorzieningen. Zo weet je waar je kunt tanken, eten of overnachten. Deze borden staan los van de richtingsborden en geven geen rijrichting aan.

Route-informatiepanelen

Route-informatie

Dit is informatie over de weg vóór je, zoals files, reistijden of omleidingen. Je vindt deze informatie op grote elektronische panelen boven of naast de weg.

Op drukke wegen staan soms grote elektronische panelen. Die tonen recente informatie, zoals reistijden naar grote steden of waarschuwingen voor files. De reistijd staat in minuten. Is er een omleiding, dan staat dat er ook op.

Je rijdt op de autosnelweg richting een groot knooppunt. Boven de weg hangt een groot elektronisch bord. Je ziet staan: "Utrecht 18 min" en "Amersfoort 34 min". Even verderop waarschuwt een matrixbord met een lagere snelheid en het woord "File". Je weet nu dat het verderop druk is en houdt daar rekening mee.

Je bent niet verplicht om de route te volgen die de bewegwijzering aangeeft. De borden zijn een hulpmiddel. Je mag zelf kiezen welke route je neemt.

Borden op stroomwegen

Op autosnelwegen herken je bijzondere bewegwijzering. Een afrit is aangegeven met het woord UIT. Een splitsing van twee doorgaande rijbanen herken je aan een groen-wit chevron-bord, een aantal V's onder elkaar. Het begin en einde van een vluchtstrook of pechhaven is aangegeven met een zwart-wit gestreept bord.

Omleiding en uitwijkroute

Een tijdelijke omleiding herken je aan een geel bord met een zwarte pijl, soms met een routenummer. Let op: op een omleidingsroute mag je zo nodig achteruitrijden om de route te volgen. Een vaste uitwijkroute (U-route) is bedoeld voor als de snelweg is afgesloten. Deze route bestaat uit borden met een letter/cijfercombinatie die je van knooppunt naar knooppunt leidt.

Bewegwijzeringsborden

[afb:153][afb:156][afb:159]