Verkeerstekens en aanwijzingen Werking verkeerstekens
| Type licht | Signaal | Betekenis |
|---|---|---|
|
Tweekleurig licht |
Geel licht | Stop. Kun je niet meer op tijd stoppen? Dan mag je doorrijden. |
| Rood licht | Stop. | |
| Tram/buslicht |
Wit licht of wit knipperlicht | Je mag doorrijden in de aangegeven richting. |
| Geel licht | Stop. Kun je niet meer op tijd stoppen? Dan mag je doorrijden. | |
| Rood licht | Stop. | |
| Overweglicht | Wit knipperlicht | Er nadert geen trein. Je mag rijden. |
| Rood knipperlicht | Stop. Er nadert een trein. | |
| Bruglicht | Rood licht of rood knipperlicht | Stop. De brug staat open. |
| Rijstrooklicht (matrixbord) |
Groene pijl of A3-bord | Je mag de rijstrook gebruiken. |
| Witte pijl | Dit is een voorwaarschuwing: er komt een rood kruis. Je mag de rijstrook nog gebruiken. | |
| Rood kruis | Je mag de rijstrook niet gebruiken. | |
| BUS | De rijstrook is alleen voor lijnbussen en autobussen. | |
| LIJNBUS | De rijstrook is alleen voor lijnbussen. | |
| Voetgangerslicht |
Groen licht | Voetgangers mogen oversteken. |
| Groen knipperend licht | Voetgangers mogen nog oversteken, want het rode licht komt snel. | |
| Rood licht | Voetgangers mogen niet beginnen met oversteken. Lopen ze al over, dan lopen ze zo snel mogelijk door. | |
| Geel knipperlicht | Geel knipperend licht | Dit waarschuwt voor een gevaarlijk punt. Wees voorzichtig. |
Dit is een speciaal verkeerslicht bij een spoorwegovergang. Een wit knipperlicht betekent dat er geen trein nadert. Bij een rood knipperlicht moet je stoppen.
Dit is een speciaal verkeerslicht bij een beweegbare brug. Een rood (knipper)licht betekent dat de brug open staat en dat je moet stoppen.
Dit is een licht boven een rijstrook dat informatie geeft over die rijstrook. Een groene pijl betekent: de rijstrook is vrij, je mag hem gebruiken. Een rood kruis betekent: de rijstrook is gesloten.
Dit is een elektronisch bord boven de rijbaan. Het kan rijstrooklichten tonen, maximumsnelheden weergeven en waarschuwingen geven. De informatie op een matrixbord geldt direct voor de rijstrook eronder.
Dit is een knipperend geel licht dat waarschuwt voor een gevaarlijk punt. Je moet dan extra voorzichtig zijn. Er geldt geen stopplicht, maar je past je rijgedrag wel aan.
Bij een overweg stop je altijd voor een rood knipperlicht. Rijd nooit over een overweg terwijl het rode licht knippert, ook niet als je denkt dat de trein al voorbij is.
Je rijdt op de autosnelweg. Boven jouw rijstrook staat een schuine witte pijl. Dit is een voorwaarschuwing. Even later zie je een rood kruis boven diezelfde rijstrook. Wissel daarom naar een andere rijstrook voordat je het rode kruis bereikt.
Tram/buslichten gelden in de eerste plaats voor trams en lijnbussen die de richting volgen waarvoor het licht bedoeld is. Daarnaast gelden ze ook voor bestuurders die een busbaan of busstrook gebruiken waarop het licht betrekking heeft.
Bij voetgangerslichten geldt een uitzondering: heeft het verkeerslicht een driehoek met een uitroepteken erin en knippert het geel in plaats van rood? Dan mogen voetgangers oversteken. Ze moeten dan wel het overige verkeer voor laten gaan.
Dit is het speciale verkeerslicht voor bussen en trams, met witte balken in een veld van negen lampen. De stand van de witte balk geeft de richting aan: linksboven is linksaf, midden is rechtdoor, rechtsboven is rechtsaf. Een gele balk in het midden betekent: ga stoppen. Twee rode lampen naast elkaar betekenen: stop.
