Verkeerstekens en aanwijzingen Werking verkeerstekens
Aanwijzingen gaan altijd voor
Een aanwijzing van een bevoegd persoon gaat altijd boven verkeerstekens en verkeersregels. Dat geldt zelfs als het verkeerslicht groen is.
In het verkeer gelden drie soorten regels. Van laag naar hoog zijn dat verkeersregels, verkeerstekens (borden en lichten) en aanwijzingen van bevoegde personen. Aanwijzingen staan bovenaan. Je moet ze daarom altijd opvolgen.
Een verkeersregelaar is een persoon die bevoegd is om het verkeer te regelen. Je herkent hem aan zijn kleding of uitrusting. Vaak zie je verkeersregelaars bij wegwerkzaamheden of evenementen.
Een verkeersbrigadier is een bevoegde persoon die het verkeer mag tegenhouden met een stopteken. Je ziet verkeersbrigadiers vaak bij scholen.
Bevoegde personen
Niet iedereen mag het verkeer regelen. Je luistert alleen naar bevoegde en herkenbare personen. Dat zijn:
- Politieagenten
- Militairen van de Koninklijke Marechaussee
- Douanebeambten en andere bevoegde ambtenaren
- Verkeersregelaars bij wegwerkzaamheden of evenementen
- Leerling-verkeersregelaars tijdens een praktijkles of -examen
Een verkeersregelaar geeft zijn aanwijzingen met armgebaren.
Een stopteken is een signaal om te stoppen. Een verkeersbrigadier mag je hiermee stoppen met het officiƫle stopteken. Je bent verplicht dit op te volgen.
Stoppen bij een rode lamp
Je stopt ook verplicht bij een rode lamp. Of bij een verlichte plaat met de woorden "stop" of "stop politie" in rode letters. Dit teken kan hangen aan een politievoertuig of aan een voertuig van een weginspecteur van Rijkswaterstaat.
Ook een begeleider van een railvoertuig mag je stoppen. Hij toont dan een stopteken, een rode vlag of een rode lamp.
Je rijdt op een weg en ziet een groen verkeerslicht. Vlak voor het kruispunt staat een politieagent met zijn arm omhoog. Hij geeft een stopteken. Je stopt, ook al is het licht groen. De aanwijzing gaat namelijk voor het verkeerslicht.
Een verkeersregelaar of agent regelt het verkeer met armgebaren:
- Een arm recht omhoog: stop voor iedereen uit alle richtingen.
- Een of beide armen zijwaarts gestrekt: verkeer dat de voor- of achterkant van de regelaar ziet, moet stoppen. Verkeer dat zijn zijkant ziet, mag doorrijden.
Kijk dus goed naar welk lichaamsdeel van de regelaar je ziet. Zo weet je of je moet stoppen of door mag.
