Banden en remmen

Voertuigkennis Voertuigeisen

Je motorfiets moet luchtbanden hebben. De banden mogen geen beschadigingen hebben waarbij het karkas zichtbaar is, en geen uitstulpingen hebben.

Luchtband

Een luchtband is een band met lucht erin, onder een hogere druk dan de lucht buiten. Dat geeft de band zijn veerkracht en draagvermogen.

Je banden moeten in goede staat zijn. Is het karkas zichtbaar door een beschadiging? Dan is dat niet toegestaan. Het karkas is namelijk de draagstructuur van de band. Zie je het karkas, dan kan de band elk moment scheuren. Ook uitstulpingen in de band zijn verboden, want die laten zien dat de binnenstructuur beschadigd is.

Het profiel in de hoofdgroeven van je banden moet over de hele omtrek van het loopvlak minimaal 1,0 mm diep zijn.

Profiel

Het profiel bestaat uit de groeven en ribbels in het loopvlak van je band. Ze zorgen voor grip op de weg, vooral bij nat wegdek.

Hoofdgroef

Een hoofdgroef is een van de grote, diepe groeven in het loopvlak van de band. De diepte van deze groeven bepaalt of de band nog bruikbaar is.

Profieldiepte Situatie
Minder dan 1,0 mm Verboden, band moet worden vervangen
1,0 mm Wettelijk minimum
2,0 mm of meer Veiliger, zeker bij regen

1,0 mm is het wettelijke minimum. Bij minder profiel verliest je band grip, vooral op natte wegen. Met 2,0 mm profiel rijd je juist veiliger. Wacht daarom niet tot het minimum, maar vervang je banden op tijd.

Je ziet bij het poetsen van je motor een bobbel aan de zijkant van de achterband. Dat is een uitstulping. Dat betekent dat de band inwendig beschadigd is. Je mag dan niet meer rijden totdat de band is vervangen.

Je motorfiets moet een voor- en een achterwielrem hebben. Beide remmen moeten deugdelijk zijn bevestigd en goed werken.

Voorrem

De voorrem remt het voorwiel van de motorfiets. Je bedient hem met een hendel aan het stuur.

Achterrem

De achterrem remt het achterwiel van de motorfiets. Je bedient hem meestal met je rechtervoet via een pedaal.

Reminrichting

De reminrichting is het geheel van onderdelen waarmee je de motorfiets afremt. Denk aan de hendels, kabels, remslangen, remblokken en remschijven of -trommels.

De onderdelen van je reminrichting moeten goed vastzitten. Corrosie mag de werking niet aantasten. Ook mogen remslangen geen beschadiging hebben en remkabels niet rafelen. Bedien je de remmen, dan moeten ze allebei volledig werken.

Je doet een remtest op een leeg terrein. Je drukt de voorrem in en de motor vertraagt goed. Dan test je de achterrem. Die voelt vreemd aan en geeft weinig vertraging. Daarom laat je je motor nakijken voordat je de weg op gaat.