Voertuigkennis Verlichtingseisen
Naast de verplichte verlichting mag je op een motorfiets ook extra lichten monteren. Niet alle lichten zijn toegestaan. Wat je wel mag monteren, staat in de Regeling voertuigen.
Een motorfiets mag extra lichten voeren, maar alleen de lichten die zijn toegestaan. Andere lichten zijn verboden.
Deze extra lichten mag je onder andere op een motorfiets monteren:
- Één extra groot licht
- Één extra dimlicht
- Één extra stadslicht
- Één of twee mistvoorlichten
- Één of twee mistachterlichten
- Waarschuwingsknipperlichten
- Één of twee dagrijlichten
- Één of twee bochtlichten
Een licht aan de voorzijde van de motorfiets. Het schijnt breed en laag. Je gebruikt het bij mist of een andere situatie met verminderd zicht.
Een fel rood licht aan de achterkant van de motorfiets. Bestuurders achter je zien je hierdoor beter bij dichte mist of sneeuw.
Een licht aan de voorzijde van de motorfiets. Het maakt je overdag beter zichtbaar in het verkeer. Je schakelt het niet zelf in, want het gaat automatisch aan zodra de motor loopt.
Een licht dat de weg verlicht in de richting van een bocht. Zo zie je de weg in een bocht beter.
Andere lichten dan de verplichte en toegestane lichten mag je niet monteren. Een motorfiets mag alleen verlichting hebben die is toegestaan.
Voer je een mistachterlicht, dan moet duidelijk zijn of het brandt. Jij als bestuurder moet kunnen zien of het mistachterlicht aan is, via een schakelaar of een controlelampje.
Een controlelampje op het dashboard. Het laat zien of een bepaald licht aan of uit is. Bij het mistachterlicht is een verklikker of zichtbare schakelaarstand verplicht.
Je rijdt op een motorfiets en hebt een extra dimlicht gemonteerd. Dat is toegestaan. Je wilt ook een blauw knipperlicht monteren voor de sfeer. Dat mag niet. Blauwe zwaai- en knipperlichten zijn namelijk alleen voor hulpdiensten.
