Voertuigkennis Gebruikseisen
Je lading, bagage, kleding en een passagier mogen het besturen van je motorfiets niet hinderen. Let ook op dat je kenteken en verlichting goed zichtbaar blijven.
Dit zijn regels over hoe je een voertuig mag gebruiken. Ze gaan over wat je meeneemt, wie er meerijdt en hoe je alles vervoert.
Alles wat je op of aan je motorfiets meeneemt. Denk aan personen, dieren en goederen. Een passagier telt in de wet ook mee als lading.
Iemand die meerijdt op je motorfiets, maar het voertuig niet zelf bestuurt.
Spullen die je meeneemt op je motorfiets, zoals koffers, tassen of een rugzak.
Een tas die je op de tank van je motorfiets bevestigt. Let op: een tanktas mag je zicht of het besturen van de motorfiets niet belemmeren.
Voor alles wat je meeneemt, gelden dezelfde regels. Zo mag een passagier niet te ver naar voren leunen en mag een tanktas het stuur niet raken. Ook mogen koffers of tassen het achterlicht en de kentekenplaat niet afdekken. Controleer dit daarom altijd voordat je wegrijdt.
Je lading moet daarnaast goed vastzitten. Lading die kan vallen of de stabiliteit van je motorfiets in gevaar brengt, is niet toegestaan. Zorg dus dat tassen en koffers stevig bevestigd zijn. Dan verschuiven ze niet als je remt of uitwijkt.
Bij slepen beweegt een voertuig een ander voertuig voort met een touw, ketting of stang, omdat dat andere voertuig zelf niet meer kan rijden. Dit is iets anders dan een aanhangwagen trekken.
Met een tweewielige motorfiets mag je geen ander motorvoertuig slepen. Andersom mag een ander motorvoertuig ook geen tweewielige motorfiets slepen.
Jij als bestuurder en de eigenaar of houder zijn hier samen verantwoordelijk voor. Brengen de lading, bagage of een passagier de veiligheid in gevaar? Dan kan de politie jou en de eigenaar allebei aanspreken.
Je bevestigt een tanktas op je motor voordat je vertrekt. Als je op de tas drukt, raakt die het stuur. Dat mag niet. Daarom verplaats je de tas iets naar achteren, zodat het stuur vrij kan bewegen.
