Gebruik van de weg Stilstaan en parkeren
Soms heb je geen keuze. Je motor valt uit, je band is lek of je voelt je opeens ziek. Toch gelden ook dan de regels voor stilstaan.
Ook als je onvrijwillig stilstaat, mag je geen gevaar of hinder veroorzaken.
Je staat stil zonder dat je dat zelf wilt. Denk aan een motorstoring, een lekke band of ziekte. Je hebt geen keuze, maar de regels gelden toch.
Op sommige plekken mag je sowieso niet stilstaan. Dat geldt ook als je motor uitvalt of je band lek is.
- Op een kruispunt of overweg.
- Op een fietsstrook of op de rijbaan naast een fietsstrook.
- Op een oversteekplaats of binnen 5 meter daarvan.
- In een tunnel.
- Bij een bushalte ter hoogte van de geblokte markering, of binnen 12 meter van het haltebord als die markering er niet is.
- Op de rijbaan langs een busstrook.
- Langs een gele doorgetrokken streep.
- Op een plek waar je als bromfietser toch al niet mag komen, zoals een autosnelweg.
Een gedeelte van de rijbaan met het woord BUS of LIJNBUS erop. Dit gedeelte is alleen voor bussen bedoeld.
Een gele lijn langs de kant van de weg. Hier mag je niet stilstaan of parkeren.
Je staat in de weg voor andere weggebruikers. Je blokkeert hun rijruimte of dwingt ze om uit te wijken.
Sta je toch op zo'n plek, rijd dan zo snel mogelijk door of duw je scooter weg. Lukt dat niet? Waarschuw dan andere weggebruikers zo goed als je kunt.
Je scooter valt uit midden op een kruispunt. Je kunt er niet blijven staan. Duw je scooter zo snel mogelijk weg, naar de stoep of de berm. Geef andere bestuurders een teken als je hulp nodig hebt.
