Gebruik van de weg Snelheid
Een gehandicaptenvoertuig is bedoeld voor het vervoer van een gehandicapte. Het is niet breder dan 1,10 meter. Het rijdt óf zonder motor óf met een motor die niet harder gaat dan 45 km/u. Het is geen bromfiets.
Met een gemotoriseerd gehandicaptenvoertuig mag je op meer plekken rijden dan andere voertuigen. Zo mag je er ook het fietspad en het trottoir mee op. Hoe snel je mag rijden, hangt af van het wegtype.
Op het trottoir en het voetpad is de maximumsnelheid 6 km/u.
| Wegtype | Binnen bebouwde kom | Buiten bebouwde kom |
|---|---|---|
| Rijbaan | 45 km/u | 45 km/u |
| Fiets/bromfietspad | 30 km/u | 40 km/u |
| Fietspad | 30 km/u | 40 km/u |
| Trottoir of voetpad | 6 km/u | 6 km/u |
Een fietspad is een weg of rijstrook die bedoeld is voor fietsers. Het is aangegeven met borden of wegmarkering. Gehandicaptenvoertuigen mogen hier ook rijden.
Een trottoir is het verhoogde gedeelte naast de rijbaan. Het is bestemd voor voetgangers. Gehandicaptenvoertuigen mogen er ook rijden, maar niet harder dan 6 km/u.
De maximumsnelheid is de hoogste snelheid die je op een weg mag rijden. Je mag nooit harder dan de maximumsnelheid die geldt voor jouw voertuig op dat wegtype.
Je rijdt met een gehandicaptenvoertuig op het fietspad buiten de bebouwde kom. Daar mag je maximaal 40 km/u. Rijd je vervolgens een trottoir op, dan rem je direct terug tot maximaal 6 km/u.
