Veilig rijden met het voertuig en reageren in noodstituaties Helm- en gordelplicht, veilig vervoeren en mobiele telecommunicatie
Een goede zithouding geeft je controle over de scooter. Je kunt sneller reageren en wordt minder snel moe. Dat maakt rijden veiliger, voor jou én voor anderen.
Artikel 5 WVW zegt dat je niemand in gevaar mag brengen of het verkeer mag hinderen. Een slechte zithouding vermindert je controle en vergroot de kans op een ongeluk.
Zithouding is de manier waarop je op de scooter zit. Een goede zithouding betekent rechtop zitten, met beide handen aan het stuur en je voeten op de voetsteun.
Stuurcontrole is het vermogen om de scooter nauwkeurig te sturen. Je hebt goede stuurcontrole als beide handen het stuur vasthouden en je armen licht ontspannen zijn.
De voetsteun of treeplank is de plek waar je je voeten neerzet op de scooter. Met je voeten op de treeplank heb je een stabiele basis en kun je je gewicht goed verdelen.
Vooruitkijken betekent dat je je blik op de weg richt, ver voor je uit. Zo zie je gevaren vroeg en kun je op tijd reageren.
Zit rechtop en houd met beide handen het stuur vast. Zet je voeten plat op de treeplank en kijk ver vooruit, minstens 4 tot 5 seconden voor je uit. Zo heb je genoeg tijd om te reageren op wat er op de weg gebeurt.
Een ontspannen houding werkt beter dan een gespannen houding. Trek je je schouders op of houd je je armen te strak, dan word je sneller moe. Daardoor reageer je trager op veranderingen in het verkeer.
Je rijdt op een drukke weg en zit voorovergebogen met maar één hand aan het stuur. Een auto voor je remt plotseling. Omdat je voorovergebogen zit en je je stuur niet goed vasthoudt, reageer je te laat. Met een rechte, alerte houding en beide handen aan het stuur had je dit kunnen voorkomen.
Controleer je zithouding voordat je wegrijdt. Zit je comfortabel? Kunnen je handen het stuur goed bereiken? Staan je voeten stabiel op de treeplank? Een goede starthouding helpt je de hele rit alert te blijven.
