Veilig rijden met het voertuig en reageren in noodstituaties Communicatie
Als je de waarschuwingsknipperlichten aanzet, knipperen alle richtingaanwijzers tegelijk. Zo waarschuw je andere weggebruikers dat je bromfiets tijdelijk een gevaar is, bijvoorbeeld bij pech of als je een obstakel vormt.
Pech betekent dat je bromfiets onderweg stopt of niet meer goed werkt door een technisch probleem. Denk aan een lege accu, een lekke band of een kapotte motor. Je kunt dan niet meer veilig verder rijden.
Een obstakel is iets dat in de weg staat en gevaar oplevert voor andere weggebruikers. Een stilstaande bromfiets op de rijbaan is een obstakel.
Je mag de waarschuwingsknipperlichten alleen gebruiken om dreigend gevaar af te wenden. Pech op de weg of een gevaarlijke situatie zijn voorbeelden van dreigend gevaar.
Zet je waarschuwingsknipperlichten aan zodra je bromfiets een gevaar is voor andere weggebruikers. Dat is het geval bij pech of als je onverwacht stil moet staan. De knipperende lichten trekken snel de aandacht van andere bestuurders.
Niet elke bromfiets heeft waarschuwingsknipperlichten. Heeft jouw bromfiets die niet? Dan is het verstandig een gevarendriehoek te plaatsen als je een obstakel vormt. Dat is een opvouwbare rood-reflecterende driehoek. Je zet hem op de weg zodat andere weggebruikers op tijd kunnen remmen of uitwijken.
Gebruik de waarschuwingsknipperlichten niet voor gewone situaties, zoals even snel ergens stoppen of laden en lossen. Ze is alleen bedoeld voor echte gevaarsituaties.
Je rijdt op een landweg als je bromfiets plotseling een lekke band krijgt. Je zet meteen je waarschuwingsknipperlichten aan en rijdt naar de kant. Daar zet je de bromfiets stil. Heb je geen waarschuwingsknipperlichten? Dan is het verstandig een gevarendriehoek achter je bromfiets te plaatsen.
