Rijden in tunnels

Veilig rijden met het voertuig en reageren in noodstituaties Handelen bij pech en ongevallen, slepen, rijden in tunnels

Zet in een tunnel altijd dimlicht aan. In de meeste tunnels zie je minder ver dan buiten. Je bent verplicht dimlicht te voeren als het zicht ernstig wordt belemmerd.

Tunnel

Een tunnel is een doorgang onder de grond door, onder water door of door een berg. De weg loopt er doorheen. In tunnels gelden bijzondere verkeersregels.

Dimlicht

Dimlicht verlicht de weg voor je zonder andere weggebruikers te verblinden. Je gebruikt het in het donker, bij slecht zicht en in een tunnel.

In een tunnel is de weg vaak smal. Je hebt weinig ruimte om uit te wijken als er iets misgaat. Rijdt iemand voor je plotseling langzamer? Dan kun je hem nauwelijks ontwijken. Houd daarom voldoende afstand en rijd rustig.

Uitwijkmogelijkheid

Een uitwijkmogelijkheid is ruimte naast de weg waar je naartoe kunt sturen als je een obstakel moet ontwijken. In een tunnel is die ruimte er nauwelijks.

Rijd op de snelheid die de borden in de tunnel aangeven. Die is vaak lager dan buiten de tunnel, omdat je minder ruimte hebt en minder ver kunt kijken.

Als je de tunnel uitrijdt, rijd je richting fel licht. Zonlicht na een donkere tunnel kan je tijdelijk verblinden.

Verblinding

Verblinding betekent dat je tijdelijk niets of veel minder ziet doordat fel licht in je ogen schijnt. Na een donkere tunnel moeten je ogen even wennen aan het daglicht.

Vertraag iets voordat je de tunnel uitrijdt. Zo geef je je ogen de tijd om te wennen. Versnel pas als je weer goed ziet.

Defensief rijden

Defensief rijden betekent dat je rekening houdt met fouten van anderen. Je rijdt rustig, houdt afstand en anticipeert op gevaarlijke situaties die mogelijk ontstaan.

In een tunnel is defensief rijden extra belangrijk. Je kunt nergens heen als er iets misgaat. Houd altijd meer afstand dan buiten de tunnel en pas je snelheid aan op wat je ziet.

Je rijdt op je scooter een verlichte tunnel in. Je zet dimlicht aan, ook al kun je goed zien. Halverwege rijdt een auto voor je plotseling langzamer. Omdat je voldoende afstand hield, kun je rustig remmen. Bij de uitgang rem je iets extra af. Het daglicht is fel. Na een paar seconden zie je weer goed en rijd je door.