Veilig rijden met het voertuig en reageren in noodstituaties Handelen bij pech en ongevallen, slepen, rijden in tunnels
Een tunnel is een afgesloten ruimte. Als er een pechgeval is of een ongeluk gebeurt, kan dat snel gevaarlijk worden. Jouw veiligheid gaat altijd voor.
Eigen veiligheid eerst
Bij pech of een ongeluk in een tunnel let je eerst op jezelf. Verlaat de tunnel zo snel mogelijk. Kun je nog rijden? Rijd dan meteen naar buiten. Lukt dat niet? Duw je bromfiets dan naar buiten.
Pech in een tunnel is een storing of defect aan je voertuig terwijl je in een tunnel rijdt. Omdat de ruimte afgesloten is, ben je kwetsbaarder dan op een gewone weg.
Een brand in een tunnel ontstaat onverwacht, bijvoorbeeld door een ongeluk of motorpech. Rook en hitte verspreiden zich razendsnel in de afgesloten ruimte. Daardoor is brand in een tunnel extra gevaarlijk.
Lukt het niet om de tunnel te verlaten? Zet je bromfiets dan zo veilig mogelijk neer. Zet je lichten aan zodat anderen je zien. Daarna waarschuw je de hulpdiensten via een hulppost.
Een hulppost is een noodtelefoon of alarmkast in de tunnel. Hiermee bereik je de tunnelbeheerder of de hulpdiensten. Je herkent een hulppost aan de oranje of rode kast langs de tunnelwand.
Volg daarna de borden naar de nooduitgang. Die brengen je veilig naar buiten.
Een nooduitgang is een speciale deur in de tunnelwand. Je gebruikt die als de gewone uitgang niet bereikbaar is, bijvoorbeeld bij brand of een ongeluk. Volg de groene vluchtborden naar de dichtstbijzijnde nooduitgang.
Je rijdt door een tunnel als je bromfiets plotseling afslaat. Starten lukt niet meer. Je zet hem langs de tunnelwand, zet je lichten aan en loopt naar de dichtstbijzijnde hulppost. Je belt de tunnelbeheerder en wacht buiten op hulp via de nooduitgang.
