Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en verrichtingen Bijzondere wegen
Een weg aangeduid door bord G1. Parkeerplaatsen, tankstations en bushaltes langs de autosnelweg horen er niet bij.
Bord G1
Dit bord geeft het begin van een autosnelweg aan. Je herkent een autosnelweg ook aan de blauwe borden en de aparte rijbanen met invoeg- en uitvoegstroken.
Een weg aangeduid door bord G3. Parkeerplaatsen, tankstations en bushaltes langs de autoweg horen er niet bij.
Bord G3
Dit bord geeft het begin van een autoweg aan. Een autoweg lijkt op een autosnelweg, maar heeft meestal geen invoeg- en uitvoegstroken. De maximumsnelheid is er vaak lager.
Autosnelwegen en autowegen zijn bedoeld voor snel verkeer. Op een autosnelweg mogen alleen motorvoertuigen die ten minste 60 km/u kunnen en mogen rijden. Voor een autoweg geldt een minimum van 50 km/u.
Een bromfiets is een aparte voertuigcategorie in de wet. Een bromfiets is geen motorvoertuig. Daarom mag een bromfiets niet op de autosnelweg of autoweg rijden.
Bromfietsen, snorfietsen, speed-pedelecs en de brommobiel mogen niet op de autosnelweg of autoweg rijden. Ze zijn geen motorvoertuig en vallen daardoor buiten de categorie bestuurders die er gebruik van mogen maken.
Een weg bedoeld voor doorgaand verkeer op hoge snelheid, met weinig aansluitingen. Autosnelwegen en autowegen zijn voorbeelden van stroomwegen.
Je rijdt dus niet op dit soort wegen. Je kiest een andere route.
Een weg die naast een autosnelweg of autoweg ligt. Een parallelweg is bedoeld voor langzaam verkeer, zoals bromfietsen en fietsers, dat niet op de hoofdrijbaan mag.
Naast een autosnelweg of autoweg ligt vaak een parallelweg. Daar rijd je dan. Is er geen parallelweg? Dan rijd je op het fietspad of de gewone weg.
Je rijdt op een scooter en wilt een stuk snelweg nemen om sneller bij je bestemming te komen. Dat mag niet. Een scooter is een bromfiets en die is verboden op de autosnelweg. Je zoekt een route via de parallelweg of de gewone weg ernaast.
