Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en verrichtingen Bijzondere voertuigen
Een voorrangsvoertuig is een motorvoertuig met blauwe zwaai-, flits- of knipperlichten en een tweetonige hoorn. Denk aan een politieauto, brandweerauto of ambulance die snel ergens naartoe moet.
Alle weggebruikers moeten een voorrangsvoertuig voor laten gaan.
Hoor of zie je een voorrangsvoertuig naderen? Maak dan ruimte. Doe dit alleen als het veilig kan en de regels het toelaten. Rem niet plotseling. Rijd niet door rood. Een rustige, veilige beweging is genoeg.
Ruimte maken betekent dat je je positie aanpast zodat een voorrangsvoertuig ongehinderd kan doorrijden. Je rijdt bijvoorbeeld naar de zijkant van de rijbaan, of je stopt op een plek waar je niemand hindert.
Rijd je op een rotonde als een voorrangsvoertuig nadert? Rijd dan een extra rondje. Rijd niet van de rotonde af om ruimte te maken. Zo verlaat je de rotonde op een veilige manier en sta je het voorrangsvoertuig niet in de weg.
Een rotonde is een rond kruispunt. Het verkeer rijdt in één richting om een middeneiland. Je verlaat de rotonde via een van de zijwegen.
Sta je voor een spoorwegovergang met rode lampen of bij een verkeerslicht die op rood staat? Dan rijd je niet door om ruimte te maken. Rood licht betekent stoppen. Een voorrangsvoertuig achter je is geen reden om dat te negeren.
Rood licht bij een verkeerslicht of spoorwegovergang betekent: stoppen en wachten. Je mag niet doorrijden, ook niet als een voorrangsvoertuig ruimte vraagt.
Je rijdt op een scooter op een drukke weg. Je hoort een sirene achter je. Daarom rijd je rustig naar rechts en stop je langs de kant van de weg. Het voorrangsvoertuig rijdt voorbij. Daarna rijd je verder.
