Overwegen: soorten en gedragsregels

Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en verrichtingen Bijzondere wegen

Overweg

Een overweg is een kruising van een weg en een spoorweg. Je herkent een overweg aan bord J12 of J13.

Er zijn twee soorten overwegen: bewaakt en onbewaakt.

Bewaakt overweg (AHOB)

Een bewaakte overweg heeft slagbomen en rode knipperlichten. AHOB staat voor Automatische Halve OverwegBomen. Komt er een trein aan? Dan gaan de lichten knipperen en zakken de bomen omlaag.

Onbewaakt overweg (andreaskruis)

Een onbewaakt overweg heeft geen slagbomen. Je herkent hem aan het andreaskruis: een wit kruis in de vorm van een X. Er zijn geen bomen die je tegenhouden. Jij bepaalt zelf of het veilig is om over te steken.

Andreaskruis

Het andreaskruis is het witte kruis bij een onbewaakte overweg. Het waarschuwt je dat je een spoorweg nadert.

Je mag een overweg alleen opgaan als je direct kunt doorrijden en de overweg helemaal vrij kunt maken.

Een trein kan niet uitwijken of plotseling stoppen. Daarom laat je een spoorvoertuig altijd voorgaan.

Rode knipperlichten of gesloten overwegbomen

Knipperen de rode lichten? Of zijn de bomen al omlaag? Rijd de overweg dan niet op. Wacht tot de lichten uit zijn en de bomen omhoog staan.

Nooit stilstaan op een overweg

Staat het verkeer voor je stil? Rijd de overweg dan niet op. Je moet de overweg altijd helemaal vrij kunnen maken.

Je wilt een overweg oversteken. Het verkeer voor je staat stil. Je ziet dat je de overweg niet helemaal vrij kunt maken. Daarom wacht je aan de kant van de weg, buiten de overweg, tot het verkeer doorrijdt.

Let op als scooterrijder: de rails op een overweg kunnen glad zijn, zeker bij nat of koud weer. Steek de overweg zo recht mogelijk over en rijd niet parallel aan de rails.

Het heeft geregend en de rails zijn nat. Je rijdt op je scooter naar een overweg. Je mindert vaart, steekt de rails zo recht mogelijk over en trekt niet hard op. Zo voorkom je dat je voor- of achterwiel wegglijdt.