Tram, trolleybus en LZV

Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en verrichtingen Bijzondere voertuigen

Op een kruispunt gelden speciale regels voor de tram, de trolleybus en de LZV. Het is belangrijk dat je weet hoe je je gedraagt als je ze tegenkomt.

Tram

Een tram rijdt op rails en vervoert mensen in de stad. Een tram is geen motorvoertuig.

Trolleybus

Een trolleybus is een bus op elektrische stroom via draden boven de weg. Hij rijdt niet op rails. Daarom valt een trolleybus onder de motorvoertuigen.

LZV (Langere en Zwaardere Vrachtautocombinatie)

Een LZV is een extra lange en zware vrachtwagencombinatie. Door zijn lengte heeft hij meer ruimte nodig in bochten en tijdens manoeuvres.

Voorrang voor de tram

Op een gelijkwaardig kruispunt geef je altijd voorrang aan een tram. Dat geldt ook als de tram van links komt. De tram gaat bovendien voor op andere weggebruikers die op dezelfde weg rijden.

Voorrang

Voorrang verlenen betekent dat je andere bestuurders de kans geeft om ongehinderd door te rijden.

Een trolleybus is een motorvoertuig. Daardoor gelden voor hem dezelfde voorrangsregels als voor andere voertuigen. Op een gelijkwaardig kruispunt verleen je voorrang aan bestuurders die van rechts komen. Een trolleybus krijgt dus geen automatische voorrang zoals een tram.

Door zijn grote lengte heeft een LZV extra ruimte nodig bij het nemen van een bocht. Geef een LZV daarom altijd ruimte. Ga nooit naast een LZV rijden bij een bocht.

Je rijdt op je scooter een kruispunt op zonder borden of haaientanden. Van links komt een tram aangereden. Jij moet stoppen en de tram laten passeren, ook al komt hij van links.

Je rijdt achter een LZV op een smalle weg. Bij een scherpe bocht zwaait de achterkant naar buiten. Houd voldoende afstand en ga niet naast de LZV rijden.