Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en verrichtingen Bijzondere manoeuvres
Een invoegstrook is een weggedeelte dat van de doorgaande rijbaan is afgescheiden door een blokmarkering. Je gebruikt het om de doorgaande rijbaan op te rijden.
Een uitrijstrook is een weggedeelte dat van de doorgaande rijbaan is afgescheiden door een blokmarkering. Je gebruikt het om de doorgaande rijbaan te verlaten.
Invoegen is het oprijden van de doorgaande rijbaan vanaf een invoegstrook. Je past je snelheid aan het verkeer aan en voegt in zonder dat anderen hoeven te remmen of uit te wijken.
Uitvoegen is het verlaten van de doorgaande rijbaan via de uitrijstrook. Je rijdt van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook op om de weg te verlaten.
Een weefvak is een rijstrook waar invoegend en uitvoegend verkeer dezelfde strook gebruikt. Bestuurders geven elkaar hier ruimte om in te voegen of de weg te verlaten.
Bij invoegen en uitvoegen voer je een bijzondere manoeuvre uit. Daarom moet je het overige verkeer voor laten gaan.
Op de invoegstrook pas je je snelheid aan de snelheid op de rijstrook waar je wilt invoegen. Je zoekt een ruimte in het verkeer op de doorgaande rijbaan waar je tussen past. Geef altijd op tijd richting aan voordat je invoegt.
Het doorgaande verkeer heeft voorrang. Jij past je aan, niet de bestuurders op de rijbaan. Zoek daarom naar een plek met genoeg ruimte, zodat niemand voor jou hoeft te remmen.
Je rijdt op een invoegstrook en wilt de rijbaan op. Je ziet dat er weinig ruimte is tussen de auto's. Je houdt je snelheid iets lager en wacht tot er een grotere opening is. Dan geef je richting aan en rijd je de rijbaan op.
Is de invoegstrook kort? Dan moet je je snelheid snel aanpassen. Zorg dat je op tijd richting aangeeft, want bij een korte invoegstrook heb je minder tijd om een ruimte te zoeken.
Op de invoegstrook zelf mag je andere bestuurders rechts inhalen. Dit geldt alleen op de invoegstrook, zolang je de blokmarkering nog niet bent overgereden.
Bij uitvoegen geef je tijdig richting aan. Je rijdt de uitrijstrook op en vermindert daar pas je snelheid. Doe dit niet al op de doorgaande rijbaan, want dat verstoort het verkeer achter je.
Je wil de weg verlaten bij de volgende afslag. Je ziet het bord voor de uitrijstrook. Je geeft op tijd richting aan en rijdt rustig de uitrijstrook op. Op de uitrijstrook rem je af tot de snelheid van de aansluitende weg.
In een weefvak voegen bestuurders tegelijk in en uit via dezelfde strook. Je moet rekening houden met beide groepen. Geef ruimte en rijd voorspelbaar. Twijfel je? Laat dan bij voorkeur eerst de uitvoegende bestuurder gaan, want die moet de weg verlaten en heeft minder ruimte.
