Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en verrichtingen Bijzondere voertuigen
Een tram rijdt op rails en vervoert mensen door de stad. Volgens de verkeersregels is een tram geen motorvoertuig.
Tramvoorrang betekent dat een tram bij een kruispunt voorrang heeft op andere bestuurders. Je laat de tram altijd voorgaan, ook als hij van links komt.
Bij een tramhalte stopt de tram om passagiers te laten in- en uitstappen. Je herkent de halte aan een bord of aan een markering op het wegdek.
Een buslicht zit aan de voor- of achterkant van een lijnbus. Het licht geeft aan dat de bus een bushalte gaat verlaten. Andere bestuurders laten de bus dan voorgaan.
Een zebrapad is een oversteekplaats voor voetgangers. Rijdt een tram over een zebrapad, dan laat de trambestuurder voetgangers voorgaan die oversteken of duidelijk willen oversteken.
Tram heeft voorrang op gelijkwaardig kruispunt
Op een gelijkwaardig kruispunt geldt normaal de regel rechts heeft voorrang. Voor trams ligt dat anders. Je geeft een tram altijd voorrang, ook als hij van links komt.
Dit is een uitzondering op de regel rechts voor links. De wetgever geeft trams voorrang omdat ze niet zomaar kunnen stoppen. Een tram rijdt namelijk op vaste rails en kan niet uitwijken.
Je staat op een gelijkwaardig kruispunt. Van links komt een tram aangereden. Normaal heb jij voorrang, want jij staat rechts van de tram. Toch heeft de tram hier altijd voorrang. Jij stopt en laat de tram passeren.
Een tram volgt verder dezelfde voorrangsregels als andere bestuurders. Komt een tram uit een zijweg met haaientanden, dan verleent hij voorrang aan het verkeer op de voorrangsweg.
Een trolleybus rijdt op rubberen banden en haalt zijn stroom uit bovenleidingen, maar rijdt niet op rails. Daarom is een trolleybus geen tram maar een gewoon motorvoertuig. Er gelden dezelfde verkeersregels als voor een lijnbus, niet de bijzondere tramregels.
Slaat een tram af, dan heeft hij altijd voorrang op het andere verkeer.
De tram volgt de borden B6 (haaientanden), B7 (stopbord) en bord L2 [afb:169] (voetgangersoversteekplaats).
Tram op zebrapad
Een tram rijdt bijna altijd als eerste. Bij een zebrapad geldt dat niet. Voetgangers die oversteken of duidelijk willen gaan oversteken, laat ook een tram voorgaan.
Een tram rijdt over een drukke stadsstraat. Bij een zebrapad steekt iemand over. De trambestuurder stopt. De tram heeft hier geen bijzondere rechten tegenover voetgangers.
Lijnbussen gebruiken hun richtingaanwijzer om aan te geven dat ze bij een halte weg gaan rijden. Binnen de bebouwde kom laat je ze dan voorgaan. Een tram gebruikt vergelijkbare lichten om zijn bewegingen aan te geven.
Je rijdt achter een lijnbus. De bus staat bij een bushalte. Het buslicht gaat aan: de bus wil de halte verlaten. Jij rijdt binnen de bebouwde kom en laat de bus voorgaan.
