Keren op de weg

Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en verrichtingen Bijzondere manoeuvres

Keren

Keren betekent dat je met je voertuig draait om de tegenovergestelde kant op te rijden. Je gaat dus weer terug de kant op waar je vandaan kwam.

Op de meeste wegen mag je keren. Op een autosnelweg of autoweg mag het niet.

Kom je op een smalle weg een tegemoetkomend voertuig tegen en is er weinig ruimte? Dan wijkt de personenauto uit naar de berm, niet de vrachtauto. Een zware vrachtauto kan namelijk wegzakken of kantelen in een zachte berm. Dat is te gevaarlijk. Jij bent lichter, dus jij wijkt verder uit.

Autosnelweg

Een autosnelweg herken je aan bord G1 [afb:95]. Parkeerplaatsen en tankstations langs de autosnelweg horen daar niet bij.

Keren is een bijzondere manoeuvre. Daarom laat je altijd eerst het andere verkeer voorgaan. Let dus goed op voordat je begint met keren.

Op een autosnelweg en autoweg mag je niet keren. Achteruit rijden mag daar ook niet.

Halve draai

Bij een halve draai keer je in ƩƩn beweging, zonder te steken. Dit kan op de rijbaan, maar soms ook bij een kruispunt met verkeerslichten.

Steken

Lukt keren niet in ƩƩn keer, bijvoorbeeld in een smalle straat? Dan ga je steken: je rijdt dan meerdere keren vooruit en achteruit om te keren.

Voordat je keert, controleer je altijd of er genoeg ruimte is. Kijk in je spiegels en over je schouder. Zo breng je geen andere verkeersdeelnemers in gevaar. Geef ook op tijd richting aan.

Je rijdt een straat in en merkt dat je de verkeerde kant op rijdt. Je wilt keren. Je kijkt in je spiegels en over je schouder: er is niemand te zien. Je zet je richtingaanwijzer aan en keert op de rijbaan. Komt er tijdens deze bijzondere manoeuvre toch iemand aan? Dan geef je die voorrang.