Overige bijzondere voertuigen en dieren

Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en verrichtingen Bijzondere voertuigen

Ruiter

Een ruiter is iemand die op een paard rijdt. In het verkeer is een ruiter een weggebruiker, net zoals een voetganger of fietser. Toch valt hij specifiek binnen de groep bestuurders.

Trekdier

Een trekdier is een dier dat een wagen of ander voertuig voorttrekt. Denk aan een paard voor een koets of een ezel voor een kar.

Vee

Vee zijn landbouwhuisdieren zoals koeien, paarden, schapen, geiten en varkens. Iemand leidt ze op of langs de weg.

Landbouwtrekker

Een landbouwtrekker is een gemotoriseerd voertuig dat speciaal is gebouwd voor werk in de landbouw of bosbouw. Hij trekt werktuigen of aanhangwagens. In het verkeer geldt een landbouwtrekker als een bijzonder voertuig.

Rij- en trekdieren en vee op de weg

Rij- en trekdieren reageren anders dan voertuigen. Ze kunnen schrikken van geluid of beweging. Daardoor zijn ze onvoorspelbaar in het verkeer.

Het is verboden om rij-, trekdieren of vee zonder toezicht los te laten lopen op de weg.

Er moet altijd iemand bij zijn die de dieren begeleidt en onder controle houdt. Dit geldt op alle wegen. Alleen als de gemeente of provincie een uitzondering heeft gemaakt, mag het anders.

Als automobilist houd je extra ruimte voor een ruiter of iemand die vee leidt. Je past je snelheid aan en rijdt voorzichtig langs. Dieren kunnen namelijk plotseling bewegen.

Je rijdt op een smalle landweg en ziet een boer die een kudde schapen over de weg leidt. Je mindert vaart en wacht tot de weg vrij is. Je toetert niet, want dat kan de dieren laten schrikken.

Slepen van een motorvoertuig

Slepen

Slepen betekent dat een voertuig een ander voertuig voortbeweegt met een touw, ketting of stang, omdat dat andere voertuig zelf niet kan rijden. Dit is iets anders dan een aanhangwagen trekken. Een aanhangwagen is namelijk speciaal gemaakt om achter een voertuig te hangen.

Sleepafstand

De sleepafstand is de afstand van de achterkant van het trekkende voertuig tot de voorkant van het gesleepte voertuig.

De sleepafstand mag maximaal 5 meter zijn. Is de afstand groter, dan is slepen verboden.

Door de beperkte sleepafstand blijft het gesleepte voertuig dicht genoeg achter het trekkende voertuig. Zo houdt de bestuurder van het trekkende voertuig controle over de situatie.

Je auto heeft pech onderweg. Een vriend sleept je naar de garage met een sleepkabel van 4 meter. Dat is toegestaan. Een sleepkabel van 6 meter is te lang en mag niet.

Landbouwtrekkers en mobiele machines

Landbouwtrekkers en mobiele machines rijden soms op de openbare weg, bijvoorbeeld om van het ene perceel naar het andere te rijden. Ze rijden langzaam en zijn breed. Houd daar rekening mee als je erachter rijdt.

Wacht met inhalen tot er genoeg ruimte is. Op een smalle weg kan een landbouwtrekker namelijk bijna de hele rijbaan innemen.

Je rijdt op een provinciale weg achter een landbouwtrekker met een brede werktuigbalk. De trekker rijdt 25 km/u. Je wacht tot de weg breed genoeg is en haalt pas in als je voldoende zicht hebt op het tegemoetkomende verkeer.