Eerste hulp bij verkeersongevallen

Veilig rijden met het voertuig en reageren in noodsituaties Handelen bij pech en ongevallen, slepen, rijden in tunnels

EHBO

EHBO staat voor Eerste Hulp Bij Ongevallen. Het is de directe hulp die je geeft aan iemand die gewond is, totdat de ambulance er is.

Ben je betrokken bij een verkeersongeval of heb je het veroorzaakt? Dan mag je de plek niet verlaten als iemand gewond is geraakt of als er schade is.

Ook los van dat verkeersartikel moet je helpen. Zie je iemand in levensgevaar en kun je helpen zonder jezelf in gevaar te brengen? Dan ben je daartoe verplicht (art. 450 Wetboek van Strafrecht).

Bel altijd eerst 112. Geef daarna eerste hulp zolang je op de ambulance wacht.

Vormen van eerste hulp

Hieronder staan de belangrijkste vormen van eerste hulp bij een verkeersongeval.

Stabiele zijligging

Stabiele zijligging

Een veilige lighouding voor een bewusteloos slachtoffer dat wel zelf ademt. Je legt de persoon stabiel op de zij, zodat de luchtweg vrij blijft en eventueel braaksel naar buiten kan lopen.

Is iemand bewusteloos maar ademt hij nog wel? Gebruik dan de stabiele zijligging. Leg de persoon op de zij en houd het hoofd iets achterover, zodat de luchtweg open blijft. Blijf erbij en controleer steeds de ademhaling.

Een fietser valt hard en raakt buiten bewustzijn. Je controleert of hij ademt. Dat doet hij. Je legt hem in de stabiele zijligging en belt 112.

Reanimatie

Reanimatie

Het opnieuw op gang brengen van de ademhaling en bloedsomloop bij iemand met een hartstilstand. Dit doe je met borstcompressies en beademing, eventueel met een AED.

Ademt iemand niet en reageert hij niet? Dan start je met reanimatie. Druk 30 keer hard op het midden van de borst en geef daarna 2 beademingen. Herhaal dit totdat de ambulance er is of totdat de persoon bijkomt.

Bloedingen stelpen

Bloeding

Het verlies van bloed uit een beschadigd bloedvat. Groot bloedverlies is levensbedreigend en moet zo snel mogelijk gestopt worden.

Druk stevig op de wond met een schone doek of je hand. Houd de druk vast en laat niet los. Bloedt het toch door de doek heen? Leg er dan een extra doek bovenop. Houd het gewonde lichaamsdeel omhoog als dat mogelijk is.

Een automobilist heeft een diepe snijwond aan zijn arm. Je drukt met je jas stevig op de wond. De ambulance arriveert na vijf minuten.

Botbreuken

Beweeg een slachtoffer met een mogelijke botbreuk zo min mogelijk. Ondersteun het lichaamsdeel in de stand waarin je het aantreft. Verplaats iemand alleen als er direct gevaar is, zoals brand of naderend verkeer.

Shock herkennen

Iemand in shock is bleek en verward. De huid voelt koud en klam aan en de ademhaling is snel en oppervlakkig. Leg de persoon neer en dek hem toe om afkoeling te voorkomen. Praat rustig met de persoon om hem bij bewustzijn te houden.

AED gebruiken

AED

Een AED (Automatische Externe Defibrillator) is een draagbaar apparaat dat een elektrische schok geeft aan iemand met een hartstilstand. Het apparaat geeft zelf aan wat je moet doen.

Zet de AED aan zodra je hem hebt. Het apparaat geeft gesproken instructies. Plak de plakkers op de blote borst van het slachtoffer zoals het apparaat aangeeft. Volg alle instructies op en raak het slachtoffer niet aan als de AED een schok geeft.

Grenzen van lekenhulp

Je biedt hulp tot aan het punt waar je eigen kennis en vaardigheden ophouden. Verplaats een slachtoffer niet als dat niet nodig is en verwijder geen voorwerpen die in een wond steken. Geef geen water of voedsel aan een bewusteloos of gewond persoon. Wacht op de ambulance en geef de hulpverleners duidelijk aan wat er is gebeurd en wat je hebt gedaan.

Je treft een gewonde automobilist aan. Je belt 112, je stelpt een bloeding en je blijft bij de persoon. Als de ambulance arriveert, vertel je wat je hebt gedaan. Je besluit de persoon niet te verplaatsen, omdat er geen direct gevaar is.