Veilig rijden met het voertuig en reageren in noodsituaties Handelen bij pech en ongevallen, slepen, rijden in tunnels
Een verkeersongeval is een gebeurtenis op de weg waarbij een of meer voertuigen of weggebruikers betrokken zijn. Er is schade, letsel of een dodelijk slachtoffer.
Gebeurt er een ongeval? Dan volg je een aantal vaste stappen. De volgorde daarvan is belangrijk.
- Zorg eerst voor veiligheid. Zet je auto zo veilig mogelijk neer en zet je waarschuwingsknipperlichten aan. Heb je een veiligheidshesje? Draag het dan. Vormt je voertuig een obstakel op de weg, plaats dan een gevarendriehoek op ongeveer 30 meter afstand.
- Controleer daarna de betrokkenen. Kijk of iemand gewond is en spreek de slachtoffers aan. Verplaats een gewonde alleen als er direct gevaar dreigt, bijvoorbeeld bij brand.
- Bel 112 als iemand gewond is. Geef duidelijk door waar je bent, wat er is gebeurd en hoeveel mensen gewond zijn. Verbreek de verbinding pas als de centralist dat aangeeft.
- Wissel je gegevens uit. Geef je naam, adres en verzekeringsnummer aan de andere betrokkene en vraag hetzelfde terug. Noteer ook het kenteken en het merk van het andere voertuig.
- Vul samen het schadeformulier in. Doe dit samen met de andere betrokkene en teken pas als je het ermee eens bent.
Hulpdiensten zijn diensten zoals politie, brandweer en ambulance. Je bereikt ze via 112.
112 is het landelijke alarmnummer voor politie, brandweer en ambulance. Bel dit nummer altijd bij letsel of gevaar. Veel auto's hebben tegenwoordig een eCall-systeem. Dat belt bij een ernstig ongeval automatisch 112 en geeft je locatie door.
Is er geen sprake van spoed? Dan bel je voor de politie 0900-8844. Voor een gewond of achtergelaten dier in nood bel je 144, de dierenpolitie.
Het schadeformulier is een standaardformulier dat je samen met de andere betrokkene invult. Hierop staan de gegevens van de bestuurders, de voertuigen en de verzekeringen. Ook teken je een situatieschets van het ongeval. De verzekeraar gebruikt dit formulier om de schade af te handelen. Tegenwoordig kun je het formulier ook online invullen.
Doorrijverbod
Je mag de plaats van het ongeval niet verlaten als daarbij iemand is gedood of gewond, of als er schade is. Je moet stoppen en je identificeren.
Het doorrijverbod betekent dat je na een aanrijding niet zomaar mag wegrijden. Je mag pas vertrekken als je de andere betrokkene de kans hebt gegeven om jouw gegevens vast te stellen. Doorrijden na een aanrijding is strafbaar.
Je stopt voor een rood licht. De auto achter je rijdt door en ramt je achterbumper. Er is blikschade, maar niemand is gewond. Je zet de auto aan de kant en zet je waarschuwingsknipperlichten aan. Daarna stap je uit en wissel je je naam, adres en verzekeringsgegevens uit met de andere bestuurder. Samen vullen jullie het schadeformulier in. Daarna rijden jullie beiden door.
