Voorrang en voor laten gaan Gedrag op kruispunten
Een in- of uitritconstructie is de overgang tussen een weg en een terrein ernaast, bijvoorbeeld een parkeerplaats of een oprit. Je herkent hem aan het doorlopende trottoir: het trottoir loopt gewoon door, ook op de plek waar de inrit of uitrit begint. De stoeprand loopt daar geleidelijk af.
Een uitrit is de uitgang van een terrein naar de openbare weg. Denk aan de oprijlaan van een parkeerplaats of een bedrijfsterrein die uitkomt op de rijbaan.
Je herkent een in- of uitritconstructie aan twee kenmerken. Het trottoir loopt door, zonder onderbreking. En de stoeprand loopt af naar het niveau van de rijbaan.
Bij een in- of uitritconstructie laat je al het overige verkeer voor. Dit geldt ook voor voetgangers en fietsers.
Het maakt niet uit of je een terrein inrijdt of verlaat. In beide gevallen voer jij een bijzondere manoeuvre uit. Daarom laat je altijd al het andere verkeer voor.
Voor laten gaan betekent dat je wacht tot het andere verkeer is gepasseerd. Je rijdt pas verder als de weg vrij is en je niemand hindert of in gevaar brengt.
Rijden er tegelijk twee motorrijders in en uit? Dan gaat meestal de uitrijdende motorrijder voor. Dit is geen verplichting, maar wel de gebruikelijke afspraak.
Je verlaat een industrieterrein via de uitrit. Het trottoir loopt door over de uitrit. Een voetganger loopt op dat trottoir. Je wacht tot de voetganger is gepasseerd. Daarna rijd je de weg op.
