Voorrang en voor laten gaan Gedrag op kruispunten
Een aanwijzing van een bevoegd persoon gaat altijd voor. Verkeerstekens en verkeerslichten gelden dan niet.
Op de weg kan iemand staan die het verkeer regelt. Je volgt zijn aanwijzingen altijd op. Dat geldt ook als een verkeerslicht groen is of een bord iets anders aangeeft. Ook op je motor stop je dus bij een stopteken.
Iemand die officieel het verkeer mag regelen. Dit zijn onder andere:
- Politieagenten
- Militaire politie (marechaussee)
- Verkeersregelaars
- Verkeersbrigadiers
Iemand die officieel is aangesteld om verkeer te regelen. Een verkeersregelaar heeft daarvoor een opleiding gevolgd en een aanstelling gekregen.
Een verkeersregelaar helpt scholieren om veilig over te steken. Je ziet verkeersbrigadiers vaak bij scholen staan.
Een gebaar of teken van een bevoegd persoon. Daarmee laat die persoon zien wat je moet doen. Bijvoorbeeld stoppen, doorrijden of een bepaalde kant opgaan.
Een gebaar waarmee een bevoegd persoon aangeeft dat je moet stoppen. Je rijdt pas weer door zodra diezelfde persoon aangeeft dat het mag.
De volgorde van voorrang tussen verkeersregels. Aanwijzingen van bevoegde personen staan bovenaan. Daarna komen verkeerslichten en verkeerstekens.
Je herkent een aanwijzing aan de gebaren van de bevoegde persoon. Steekt hij een hand omhoog, dan stop je. Geeft hij aan dat je door mag rijden, dan mag dat. Let op de kleding: verkeersregelaars dragen vaak een hesje of uniform, zodat je ze snel herkent.
Er is een wegafsluiting en een verkeersregelaar staat op het kruispunt. Het verkeerslicht staat op groen, maar de verkeersregelaar steekt zijn hand omhoog. Je stopt op je motor. De aanwijzing gaat namelijk boven het groene licht.
