Links afslaan: tegemoetkomend verkeer voor laten gaan

Voorrang en voor laten gaan Gedrag bij afslaan

Sla je linksaf? Dan moet je het tegemoetkomende verkeer voor laten gaan. Dat geldt ook voor verkeer naast je of dicht achter je.

Tegemoetkomend verkeer

Bestuurders en voetgangers die op dezelfde weg in de andere richting rijden of lopen en op je afkomen.

Tegenligger

Een bestuurder die jou tegemoet rijdt op dezelfde weg, dus in de andere rijrichting.

Linksaf

Een afslag naar links nemen bij een kruispunt of zijweg. Je snijdt daarbij de rijbaan van het tegemoetkomende verkeer.

Sla je linksaf, dan kruis je de rijbaan van het verkeer dat je tegemoet rijdt. Jij moet dat verkeer voor laten gaan. Daarom wacht je tot er een veilige opening is. Pas dan sla je af.

Soms wil de bestuurder tegenover jou ook afslaan. Wil de tegenligger rechtsaf, terwijl jij linksaf wilt? Dan moet jij wachten. De korte bocht gaat namelijk voor de lange bocht.

Korte bocht

De kortste route bij het afslaan op een kruispunt. Rechtsaf slaan is altijd de korte bocht. Linksaf slaan is de lange bocht, want daarbij kruis je de rijbaan van het tegemoetkomende verkeer.

Je wilt op een kruispunt linksaf een zijweg in rijden. Tegenover je staat een bestuurder die rechtsaf wil, naar diezelfde zijweg. Jij moet wachten en hem eerst voor laten gaan. Pas daarna sla jij linksaf.

Tram-uitzondering

Een tram hoeft tegemoetkomend verkeer niet voor te laten gaan bij het afslaan. De gewone regels van art. 18 RVV gelden namelijk niet voor trams.

Een tram hoeft deze regels niet te volgen. Slaat een tram linksaf, dan wacht hij niet op jou. Jij moet de tram juist de ruimte geven.

Je rijdt op een weg met tramrails. Een tegemoetkomende tram slaat linksaf. De tram wacht niet op tegemoetkomend verkeer. Daarom wacht jij en laat je de tram eerst rijden.