Voorrang en voor laten gaan Kwetsbare verkeersdeelnemers
Rijd je langs een stilstaande bus of tram aan de instapzijde? Dan geef je passagiers de kans om in of uit te stappen.
Een bus of tram stopt om passagiers te laten in- en uitstappen. Op dat moment steken mensen misschien de rijbaan over, of staan ze vlak naast de bus. Jij wacht daarom totdat zij veilig op de stoep of het perron staan.
Een autobus die stilstaat om passagiers te laten in- of uitstappen.
Een voertuig dat over rails rijdt en personen vervoert in de stad. Een tram is geen motorvoertuig in de zin van de verkeersregels.
Iemand die meerijdt in of op een voertuig, maar het voertuig niet zelf bestuurt.
Let op: de regel geldt alleen aan de instapzijde. Dat is de kant waar de deuren opengaan. Aan de andere kant van de bus of tram geldt de regel niet.
Een vaste plek langs de weg waar een bus stopt om passagiers in en uit te laten stappen. Binnen de bebouwde kom is dit vaak een aparte haltestrook of een verhoogd perron. Buiten de bebouwde kom is het soms alleen een bord langs de weg zonder aparte voorziening.
Een vaste plek naast de tramrails waar een tram stopt zodat passagiers in en uit kunnen stappen. Soms heeft de tramhalte een verhoogd perron. Soms staan passagiers direct op de rijbaan te wachten.
Bij een tramhalte zonder perron staan passagiers op de rijbaan of vlak ernaast. Zij kunnen namelijk nergens anders heen. Geef hen daarom extra ruimte en rijd pas verder als zij veilig aan de kant staan of veilig zijn ingestapt.
Je rijdt op je motor door de stad. Verderop staat een tram stil. De deuren gaan open en mensen stappen op de weg uit. Ze lopen over de rijbaan naar de stoep. Je wacht totdat de laatste passagier veilig op de stoep staat. Dan rijd je voorzichtig door.
