Verkeerstekens en aanwijzingen Werking verkeerstekens
Bij een driekleurig verkeerslicht geldt: rood is stoppen, geel is stoppen, groen is doorrijden.
Een driekleurig verkeerslicht heeft 3 signalen. Elk signaal vertelt je wat je moet doen.
Een verkeerslicht met 3 kleuren: rood, geel en groen. Elk signaal heeft een vaste betekenis die je moet opvolgen.
- Rood licht: stop voor de stopstreep.
- Geel licht: stop voor de stopstreep. Kun je niet meer veilig stoppen? Dan mag je doorrijden.
- Groen licht: je mag doorrijden.
Een brede witte streep op de weg voor een verkeerslicht of kruispunt. Je stopt voor deze streep, niet erna.
Sta je stil bij groen licht terwijl dat niet nodig is? Dat is verboden. Je blokkeert dan het verkeer voor niets.
Stilstaan terwijl dat niet nodig is. Bij groen licht is onnodig stilstaan verboden.
Rijd je als scooterrijder op de rijbaan? Dan volg je dezelfde lichten als autorijders. Op een fiets/bromfietspad gelden aparte lichten met een fietssymbool. Die lichten zijn speciaal voor fietsers en bromfietsers op dat pad.
Je rijdt op je scooter op de rijbaan. Het licht springt op geel. Je bent ver genoeg van de stopstreep om nog te remmen. Je stopt voor de streep en wacht op groen.
Je rijdt op een bromfietspad. Bij het kruispunt zie je een apart verkeerslicht met een fietssymbool. Dat licht geldt voor jou. Het staat op groen, dus je rijdt door.
