Verkeerstekens en aanwijzingen Werking verkeerstekens
Een verkeersteken vertelt je hoe je je in het verkeer moet gedragen. Er zijn 4 soorten: verkeersregelaars, verkeersborden, verkeerslichten en tekens op het wegdek.
Een verkeersbord hangt langs of boven de weg. Het geeft een gebod, verbod of waarschuwing.
Een wegmarkering is een streep, pijl of vlak op het wegdek. Voorbeelden zijn rijstrooklijnen, voetgangersoversteekplaatsen en stopstrepen.
Een verkeerslicht regelt het verkeer met licht. Het bekendste verkeerslicht heeft 3 kleuren: rood, geel en groen.
De rangorde bepaalt welk verkeersteken voorgaat als 2 tekens met elkaar in conflict zijn.
Als bromfietser ben je verplicht verkeerstekens op te volgen die een gebod of verbod inhouden.
Verkeerstekens gaan boven de algemene verkeersregels. Zegt een bord iets anders dan de gewone regel? Dan volg je het bord.
Verkeerslichten gaan boven verkeerstekens die de voorrang regelen. Staat het licht op rood? Dan wacht je, ook al zou je normaal voorrang hebben. Let op: een snelheidsbord of inhaalverbod blijft gewoon gelden, ook als het licht op groen staat.
Rangorde
De rangorde van verkeerstekens, van hoog naar laag:
- Aanwijzingen van verkeersregelaars
- Verkeerslichten (gaan boven verkeerstekens die de voorrang regelen)
- Verkeersborden en wegmarkeringen
- Algemene verkeersregels
Een verkeersregelaar is een bevoegde persoon die het verkeer mondeling regelt of met gebaren. Het kan een politieagent zijn, maar ook een andere aangewezen bevoegde persoon.
Aanwijzingen van verkeersregelaars gaan boven alles. Zij kunnen alle andere tekens en regels opzijzetten. Een verkeersregelaar kan je bijvoorbeeld door rood laten rijden als dat nodig is.
Je rijdt op je bromfiets naar een kruispunt. Het verkeerslicht staat op groen. Toch staat er een verkeersregelaar voor je met zijn hand omhoog. Je moet stoppen. De aanwijzing van de verkeersregelaar gaat voor, ook al staat het licht op groen.
