Verkeersregelaars en hun aanwijzingen

Verkeerstekens en aanwijzingen Bebakening en aanwijzingen

Een verkeersregelaar regelt het verkeer op plekken waar dat nodig is. Je herkent hem direct aan zijn geel-oranje kleding. Zijn aanwijzingen moet je altijd opvolgen.

Verkeersregelaar

Een persoon die bevoegd is om aanwijzingen te geven aan weggebruikers. Je herkent hem aan zijn geel-oranje kleding.

Aanwijzing

Een opdracht die mondeling of met gebaren wordt gegeven door een verkeersregelaar of bevoegde ambtenaar. Je moet deze altijd opvolgen.

Armgebaar

Een beweging met de arm waarmee een verkeersregelaar aangeeft wat je moet doen. Denk aan stoppen, doorrijden of een bepaalde richting aanhouden.

Stopteken

Een gebaar of teken waarmee een verkeersregelaar aangeeft dat je moet stoppen. Je bent verplicht dit op te volgen.

Aanwijzingen van een verkeersregelaar gaan boven verkeerslichten, borden en verkeersregels. Je moet ze altijd opvolgen.

Een verkeersregelaar geeft aanwijzingen met armgebaren. Er zijn 3 basisgebaren:

  • Arm omhoog: algemeen stopteken
  • Arm opzij uitgestrekt: stopteken voor verkeer dat van voren of achteren nadert
  • Arm vooruit: stopteken voor verkeer dat de verkeersregelaar van rechts nadert

Rangorde

De volgorde van belangrijkheid van verkeersregels. Aanwijzingen van een verkeersregelaar staan bovenaan. Ze gaan voor op verkeerslichten en borden.

Staat het verkeerslicht op groen, maar steekt de verkeersregelaar zijn arm omhoog? Dan stop je toch. Zijn aanwijzing telt zwaarder dan het licht.

Je nadert een kruispunt. Er staat een verkeersregelaar in geel-oranje kleding. Het licht staat op groen, maar hij steekt zijn arm omhoog. Je stopt. Zodra hij het het aangeeft, mag je gaan rijden.