Verkeerstekens en aanwijzingen Bebakening en aanwijzingen
Op veel wegen staan 2 soorten hulpmiddelen: het hectometerbordje en het reflectorpaaltje. Ze helpen je om je weg te vinden en veilig te rijden.
Een klein groen bordje aan de kant van de weg. Het toont het wegnummer en de afstand vanaf het begin van die weg, gemeten in hectometers (stappen van 100 meter).
Hectometerbordjes zijn handig als je pech hebt of een ongeluk ziet. Je geeft de hulpdiensten dan precies door waar je bent. Kijk naar het dichtstbijzijnde bordje en noem het wegnummer en de afstandswaarde.
Je rijdt op een landweg en je band is lek. Je belt de wegenwacht. Het dichtstbijzijnde hectometerbordje toont N223 en het getal 14,4. Je zegt: "Ik sta op de N223, bij hectometerpaal 14,4." De wegenwacht weet dan precies waar je bent.
Een klein paaltje aan de rand van de weg. Het weerkaatst het licht van je koplampen zodat je in het donker de rand van de weg kunt zien.
Reflectorpaaltjes staan aan beide kanten van de weg. De kleur verschilt per kant. Rechts zijn ze rood, links zijn ze wit. Zo zie je in het donker meteen aan welke kant van de weg je rijdt.
Je rijdt 's avonds over een donkere landweg zonder straatverlichting. Aan je rechterkant zie je rode paaltjes, aan je linkerkant witte. Zo weet je dat je goed op de rijbaan blijft.
Een aanduiding die aangeeft waar je bent op een weg. Het hectometerbordje is een voorbeeld van een locatieaanduiding.
