Voertuigkennis Gebruikseisen aanhangwagen
Voor je de weg op gaat met een aanhangwagen, controleer je stap voor stap of alles goed vastzit. Een losse aanhangwagen is gevaarlijk voor jezelf en anderen.
Het vastzetten van een aanhangwagen aan een trekkend voertuig, zodat je veilig kunt rijden.
Vaste volgorde
Volg bij het aankoppelen altijd dezelfde volgorde. Zo mis je niets.
- Koppel de aanhangwagen aan de trekhaak en vergrendel de koppeling.
- Bevestig de hulpkoppeling of losbreekreminrichting aan het trekkende voertuig.
- Sluit de elektrische stekker aan.
- Controleer de verlichting en de richtingaanwijzers.
Het mechanisme dat de aanhangwagen vasthoudt aan de trekhaak van het trekkende voertuig. De koppeling moet hoorbaar of voelbaar vergrendeld zijn.
Stap 1: koppeling vergrendelen
Zet de koppeling van de aanhangwagen boven de trekhaak en laat hem zakken. Controleer of de vergrendeling vastklikt. Trek daarna aan de dissel. Zit de aanhangwagen echt vast? Dan mag je verder.
De stang waarmee een aanhangwagen aan de trekhaak vastzit.
Raakt de aanhangwagen los tijdens het rijden? Dan kan dat een ernstig ongeluk veroorzaken.
Stap 2: hulpkoppeling of losbreekreminrichting
De hulpkoppeling en de losbreekreminrichting zijn veiligheidssystemen. Laat de koppeling tijdens het rijden toch los, dan voorkomt de hulpkoppeling dat de aanhangwagen helemaal loskomt. Bij een losbreekreminrichting gebeurt er iets anders: die zorgt ervoor dat de aanhangwagen zelfstandig tot stilstand komt, los van de auto. Je gebruikt deze systemen nooit tegelijk. Bevestig de kabel van de hulpkoppeling of de losbreekreminrichting op de juiste manier aan het trekkende voertuig. Dat mag nooit alleen om de trekhaak zelf. Let erop dat de kabel niet te strak en niet te los hangt.
Stap 3: elektrische aansluiting
Sluit de stekker van de aanhangwagen aan op de aansluiting van het trekkende voertuig. Via deze verbinding werkt de verlichting van de aanhangwagen. Controleer of de stekker goed vastzit.
Stap 4: verlichting en richtingaanwijzers testen
Laat iemand achter de aanhangwagen staan terwijl jij de verlichting test. Controleer in deze volgorde:
- Achterlichten: branden ze bij het inschakelen van de verlichting?
- Remlichten: gaan ze aan als je remt?
- Richtingaanwijzers links en rechts: knipperen ze correct?
- Achteruitrijlicht (als de aanhangwagen dat heeft): gaat het aan bij de achteruitversnelling?
De lichten op de aanhangwagen, zoals achterlichten, remlichten en richtingaanwijzers. Bij nacht en bij ernstig verminderd zicht moet een aangekoppelde aanhangwagen altijd achterlicht voeren.
Kentekenplaat
De plaat met het kenteken van het trekkende voertuig, die achterop de aanhangwagen bevestigd moet zijn. Zo is de combinatie herkenbaar in het verkeer.
Controleer ook of de kentekenplaat goed is bevestigd en goed verlicht is. Een beschadigde of slecht leesbare kentekenplaat is niet toegestaan.
Een vaste reeks controlepunten die je doorloopt voordat je gaat rijden. Door elke keer dezelfde volgorde aan te houden, vergeet je niets.
Je gaat een aanhangwagen koppelen om bouwmateriaal te vervoeren. Je zet de aanhangwagen op de trekhaak en hoort de vergrendeling klikken. Je trekt aan de dissel: de aanhangwagen zit vast. Je sluit de losbreekreminrichting en de stekker aan. Dan vraag je een vriend achter de aanhangwagen te gaan staan. Je test de achterlichten, de remlichten en de richtingaanwijzers. Alles werkt. Pas dan rijd je weg.
