Verlichting stilstaand voertuig en aanhangwagen

Voertuigkennis Verlichtingseisen

Stilstaan in letterlijke zin

Je staat stil als je voertuig niet rijdt. Dat kan zijn omdat je stopt, wacht of parkeert.

Stadslicht

Het stadslicht is het kleine witte licht aan de voorzijde van je voertuig. Je moet er minimaal 2 hebben. Het maakt de aanwezigheid van je voertuig zichtbaar van voren en geeft aan hoe breed je voertuig is.

Achterlicht

Het achterlicht is het rode licht aan de achterzijde van je voertuig. Je moet er minimaal 2 hebben. Het maakt de aanwezigheid van je voertuig zichtbaar van achteren en geeft de breedte van je voertuig aan.

Vluchtstrook

De vluchtstrook is de verharde strook aan de rechterzijde van een autosnelweg of autoweg. Je mag er alleen stoppen als dat echt nodig is, bijvoorbeeld bij pech.

Autosnelweg

Een autosnelweg is een weg die is aangeduid met bord G1 [afb:95]. Parkeerplaatsen en tankstations langs de autosnelweg maken geen deel uit van de autosnelweg zelf.

Autoweg

Een autoweg is een weg die is aangeduid met bord G3 [afb:97]. Een autoweg lijkt op een autosnelweg, maar heeft minder strenge eisen. Vaak is er maar ƩƩn rijbaan in elke richting en kunnen er gelijkvloerse kruisingen voorkomen.

Wagen

In de wet is een wagen een niet-gemotoriseerd voertuig op wielen, zoals een paardenkar, handkar of bespannen wagen. Een auto, motor of bromfiets is dus geen wagen in deze zin. Die vallen onder 'motorvoertuig' of 'bromfiets'.

Motorvoertuig op meer dan twee wielen

Sta je buiten de bebouwde kom stil op de rijbaan met een motorvoertuig op meer dan twee wielen? Dan moet je bij nacht stadslicht en achterlicht voeren. Dit geldt ook op vluchtstroken, parkeerhavens, parkeerstroken en vluchthavens langs een autosnelweg of autoweg. Overdag geldt dezelfde eis als het zicht ernstig beperkt is.

Stilstaande aanhangwagen

Voor een stilstaande aanhangwagen gelden dezelfde regels als voor een motorvoertuig. Staat de aanhangwagen buiten de bebouwde kom stil op de rijbaan of op een vluchtstrook, parkeerhaven, parkeerstrook of vluchthaven langs een autosnelweg of autoweg? Dan moet je bij nacht achterlicht en stadslicht voeren. Ook hier geldt de eis overdag bij ernstig beperkt zicht.

Rijdende aanhangwagen

Een aanhangwagen die aan een voertuig is gekoppeld en rijdt, moet ook verlichting voeren. Bij nacht en bij ernstig belemmerd zicht voert een rijdende aanhangwagen achterlicht, kentekenplaatverlichting en stadslicht.

Stilstaande wagens buiten de bebouwde kom

Sta je buiten de bebouwde kom met een wagen (paardenkar, handkar of vergelijkbaar voertuig) stil op de rijbaan? Dan moet je bij nacht voor- en achterlicht voeren. Dat geldt ook bij ernstig belemmerd zicht.

Je rijdt op een landweg buiten de bebouwde kom. Je band is lek en je moet langs de kant stoppen. Het is donker. Je zet het stadslicht en achterlicht aan. Andere bestuurders kunnen je voertuig nu goed zien.