Zitplaatsen en personenvervoer

Voertuigkennis Gebruikseisen

Als je in een auto rijdt, moet iedereen op een eigen zitplaats zitten. Je mag niemand vervoeren op een plek die daar niet voor bedoeld is.

Elke bestuurder en passagier moet op een zitplaats zitten die daarvoor bedoeld is.

Een auto heeft vaste zitplaatsen met gordels. Alleen die plekken zijn bedoeld voor personen. De ruimte achter de stoelen telt dus niet als zitplaats.

Laadruimte

Het gedeelte van een voertuig dat bedoeld is voor het vervoer van goederen, niet voor mensen. Denk aan de kofferbak van een stationwagen of de laadruimte van een bestelbus.

Je mag geen mensen vervoeren in de laadruimte. Dat geldt ook als iemand vraagt of hij in de kofferbak mag zitten. De laadruimte is voor spullen, niet voor personen.

Aanhangwagen

Een voertuig dat je aan een auto koppelt. Een aanhangwagen is niet bedoeld voor het vervoer van mensen.

Ook in een aanhangwagen mag je niemand meenemen. Zelfs niet als het om een gesloten wagen of caravan gaat: tijdens het rijden mag daar niemand in zitten.

Het is verboden om personen te vervoeren in de laadruimte van een voertuig of in een aanhangwagen.

Op dit verbod bestaan enkele uitzonderingen. Zo mogen ambulances en voertuigen bij evenementen met een vergunning hiervan afwijken. Voor jou als bestuurder met rijbewijs B gelden deze uitzonderingen in de praktijk niet.

Je gaat met vrienden naar een festival. Er is maar plek voor vijf personen in de auto, maar jullie zijn met zes. De zesde mag niet achterin de bagageruimte zitten. Je mag pas rijden als iedereen een eigen zitplaats heeft.