Voertuigkennis Voertuigeisen
Het paneel voor de bestuurder met meters en lampjes. Het laat zien hoe de auto rijdt en of er iets mis is.
Het dashboard geeft je informatie over de auto. Je ziet je snelheid, het toerental en de brandstofstand. Sommige lampjes gaan aan als er iets aandacht nodig heeft.
Meters op het dashboard
De snelheidsmeter laat zien hoe snel je rijdt. Je auto moet een goed werkende snelheidsmeter hebben die je ook 's nachts kunt aflezen.
De toerenteller laat zien hoe hard de motor draait. Bij een hoog toerental verbruikt de motor meer brandstof. Loopt het toerental te hoog op? Dan schakel je omhoog.
De brandstofmeter laat zien hoeveel brandstof er nog in de tank zit. De temperatuurmeter laat zien hoe warm de motor is. Staat de temperatuurmeter te hoog, dan is de motor oververhit.
Soorten lampjes
Alle lampjes op het dashboard die aangeven hoe het voertuig functioneert en of er een storing is.
Een lampje dat aangeeft dat er iets mis is met de auto. Gele of oranje lampjes zijn waarschuwingen. Rode lampjes zijn storingen.
Op het dashboard zitten drie soorten lampjes:
- Groen of blauw: functielampje. Dit geeft aan dat een systeem ingeschakeld is, zoals de richtingaanwijzer, het grote licht of de mistlamp.
- Geel/oranje: waarschuwingslampje. Er is iets dat aandacht nodig heeft. Je kunt nog rijden, maar laat de auto zo snel mogelijk nakijken. Let op: knippert het motormanagement-lampje? Stop dan direct, zo voorkom je verdere motorschade.
- Rood: storingslampje. Er is een ernstig probleem. Stop zo snel mogelijk op een veilige plek en zet de motor uit.
Rode lampjes: direct stoppen
Gaat er een rood lampje branden tijdens het rijden? Stop dan zo snel mogelijk veilig aan de kant. Rijden met een ondeugdelijk voertuig is namelijk verboden op grond van het algemene verbod.
De druk waarmee olie door de motor wordt gepompt. De olie smeert de bewegende delen van de motor. Is de oliedruk te laag? Dan droogt de motor uit en raakt hij beschadigd.
Het oliedruklampje is een van de belangrijkste rode lampjes. Brandt dit lampje, dan heeft de motor te weinig oliedruk. Stop dan direct, want rijden met te lage oliedruk kan de motor volledig vernielen.
Anti-blokkeer systeem. ABS voorkomt dat de wielen blokkeren tijdens hard remmen. Daardoor blijft je auto bestuurbaar, ook als je hard remt.
Elektronisch stabiliteitsprogramma. ESP helpt je de auto recht te houden als je slipt of te snel een bocht neemt. Het systeem remt automatisch één wiel om de auto te corrigeren.
Brandt het ABS-lampje of het ESP-lampje rood? Dan werkt het systeem niet. Je kunt dan nog rijden, maar je hebt minder hulp bij gevaarlijke situaties. Laat de auto daarom zo snel mogelijk nakijken.
Je start de motor en ziet het rode oliedruklampje branden. Je rijdt de parkeerplaats niet af, maar zet de motor meteen uit. Je belt een garage. Zo voorkom je dat de motor kapotgaat.
