Rijgedrag met een aanhangwagen

Voertuigkennis Gebruikseisen aanhangwagen

Aanhangwagen

Een voertuig dat je achter een auto koppelt. Denk aan een fietsendrager op een trekhaak, een caravan of een aanhanger met spullen.

Een aanhangwagen verandert hoe je auto rijdt. Je moet daar rekening mee houden, zeker bij hogere snelheden en op smallere wegen.

Remmen

Met een aanhangwagen rem je minder snel tot stilstand. Je combinatie is zwaarder en langer. Begin dus eerder met remmen dan je gewend bent. Houd meer afstand tot de auto voor je.

Je rijdt op een landweg achter een tractor. De tractor remt plotseling. Met een beladen aanhangwagen heb je meer ruimte nodig om te stoppen. Door vroeg genoeg afstand te houden, voorkom je een aanrijding.

Slingeren

Slingeren

De aanhangwagen beweegt heen en weer achter de auto. Dit kan gevaarlijk zijn, want de auto verliest grip op de weg.

Bij hoge snelheid kan een aanhangwagen gaan slingeren. Hoe zwaarder en hoger de lading, hoe groter dat risico. Rijd je op de autosnelweg, dan merk je dit het snelst. Dit geldt zeker als je dicht bij de maximumsnelheid van 90 km/u rijdt.

Slingert de aanhangwagen te wild heen en weer, neem dan gas terug. Rem niet hard: dat maakt het slingeren erger.

Zijwind

Zijwind duwt harder tegen een combinatie dan tegen een auto alleen. Houd het stuur stevig vast. Pas je snelheid aan bij harde wind, vooral op open wegen en autosnelwegen.

Je rijdt met een caravan over een dijk. Het waait hard van opzij. Je voelt de auto en de caravan naar rechts trekken. Je vermindert je snelheid en houdt het stuur goed vast.

Breedte in bochten en bij inhalen

Een aanhangwagen volgt niet precies het spoor van je auto. In een bocht snijdt de aanhangwagen de binnenbocht af. Houd daar rekening mee: neem bochten ruimer dan normaal. Bij het inhalen is je combinatie veel langer. Zorg dat je ver genoeg voor de ingehaalde auto bent voordat je terug naar rechts gaat.

Je moet een scherpe bocht naar rechts nemen met een aanhangwagen achter je auto. Je stuurt extra wijd zodat de aanhangwagen niet over de stoeprand rijdt of een fietser raakt.

Draaien en manoeuvreren

Een aanhangwagen heeft een eigen draaipunt op de koppeling. Bij scherp draaien knikt de aanhangwagen ten opzichte van de auto. Je moet kunnen draaien tot een hoek van 90 graden zonder dat de aanhangwagen de auto raakt. Houd hier rekening mee in krappe bochten en bij het manoeuvreren.

Optrekken en hellingen

Optrekken gaat langzamer met een aanhangwagen. De motor heeft meer werk te doen. Houd hier rekening mee bij invoegen op de autosnelweg of bij het wegrijden op een helling. Op een helling is het lastiger om niet naar achteren te rollen. Gebruik de handrem of de koppeling voorzichtig.

Je staat op een helling stil voor een verkeerslicht. Je hebt een volgeladen aanhanger achter de auto. Als het licht op groen springt, gebruik je de handrem om te voorkomen dat je achteruit rolt terwijl je wilt wegrijden.