Voertuigkennis Verlichtingseisen
Dit zijn lichten die je zelf op je auto mag zetten, maar die niet verplicht zijn. Je mag ze gebruiken als ze voldoen aan de regels.
Niet alle lichten op een auto zijn verplicht. Sommige lichten mag je er zelf op zetten als extra uitrusting. De wet noemt dit toegestane lichten.
Voorbeelden van lichten die je mag toevoegen zijn onder andere:
- Twee mistvoorlichten aan de voorzijde
- Extra grote lichten (er mogen niet meer dan vier grote lichten tegelijk aanstaan)
- Bochtlichten en hoeklichten
- Dagrijlichten
- Parkeerlichten
Een licht aan de voorzijde van je auto. Het verlicht de weg bij mist of een andere situatie met slecht zicht.
Je auto mag twee mistvoorlichten hebben. Ze zijn niet verplicht. Gebruik je ze wel, dan moet dat op het juiste moment. Bij mist, sneeuwval of regen die het zicht ernstig belemmert, mag je ze inschakelen. Let op: voer je mistvoorlichten, dan hoef je geen dimlicht te voeren.
Je rijdt op een landweg en er hangt dichte mist. Je ziet nauwelijks wat er voor je is. Daarom schakel je de mistvoorlichten in. Dat is op dat moment toegestaan.
Lichten die meedraaien als je een bocht neemt, zodat de weg in de bocht beter verlicht wordt. Dit zijn de bochtlichten en hoeklichten. Ze mogen tegelijk met dimlicht of mistlicht branden.
Bochtlichten en hoeklichten mag je gebruiken als ze op jouw auto zijn toegestaan volgens de regels voor voertuigen. Je voert ze tegelijk met je dimlicht of mistlicht. Ze helpen je om beter te zien in bochten en bij het afslaan.
Je rijdt 's avonds over een smalle weg met scherpe bochten. Je auto heeft bochtlichten. Ga je een bocht in, dan verlichten die lichten de zijkant van de weg. Zo zie je eerder wat er in de bocht is.
Extra grote lichten mag je ook monteren. Let op: er mogen nooit meer dan vier grote lichten tegelijk branden, ook niet als je er meer hebt aangebracht.
