Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en verrichtingen Bijzondere wegen
Een weg met bord G1. Parkeerplaatsen, tankstations en bushaltes langs de weg horen niet bij de autosnelweg.
Een stroomweg is een weg voor snel, doorgaand verkeer. De bekendste stroomweg is de autosnelweg. Er zijn geen gelijkvloerse kruisingen. Je rijdt de weg op en af via op- en afritten.
Bord G1
Dit bord geeft het begin van de autosnelweg aan. Op een autosnelweg kom je geen tegenliggers tegen en zijn er geen gelijkvloerse kruisingen. Je voegt in en rijdt af via op- en afritten.
Ook als motorrijder mag je de autosnelweg volledig gebruiken. Daarbij gelden voor jou dezelfde regels als voor andere motorvoertuigen, tenzij een bord iets anders aangeeft.
Je mag de autosnelweg alleen op met een motorvoertuig dat minstens 60 km/u kan én mag rijden. Het gaat om wat je voertuig aankan, niet om een verplichte rijsnelheid. In een file mag je dus gewoon langzamer rijden.
Je mag de autosnelweg alleen op als je motorvoertuig minimaal 60 km/u kan en mag rijden.
Die 60 km/u is een ondergrens om de autosnelweg te mogen gebruiken. Het is dus geen snelheid die je altijd moet aanhouden. Sta je in de file, dan mag je gewoon langzamer rijden. Rijdt het verkeer wel door, dan rijd je met de rest mee. Rijd je veel langzamer dan de rest, dan lever je gevaar en hinder op.
Je rijdt met je motor de oprit van de autosnelweg op. Je hebt al vaart gemaakt en rijdt 100 km/u. Je voegt in op de rechterrijstrook en past je snelheid aan het verkeer aan.
