Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en verrichtingen Bijzondere wegen
Kruiswind is wind die van opzij op je motor blaast. Deze wind kan je uit koers duwen.
Zijwind is een andere naam voor kruiswind. Het is wind die loodrecht of schuin van de zijkant komt.
Een brug is een constructie over water, een dal of een andere weg. Op een brug ben je meer blootgesteld aan wind.
Een viaduct is een brug waarover een weg loopt. Je rijdt er bovenop of eronderdoor.
Gladheid betekent dat het wegdek minder grip biedt. Je motor kan dan slippen. Dit ontstaat door vorst, ijzel, sneeuw, natte bladeren of olie op de weg.
Op een brug of viaduct heb je minder bescherming tegen de wind. Er zijn geen gebouwen of bomen die de wind tegenhouden. Plotselinge kruiswind kan je motor flink opzijduwen. Dit is gevaarlijk, zeker bij hoge snelheid.
Kruiswind op open plekken
Hou rekening met kruiswind als je een brug of viaduct op rijdt. Verlaag je snelheid als het hard waait. Houd het stuur stevig met beide handen vast.
Let ook op bij vorst. Op een brug of viaduct kan het wegdek eerder bevriezen dan op de gewone weg. Bruggen koelen sneller af omdat lucht aan alle kanten langs het wegdek stroomt. Remmen en sturen is lastiger en gevaarlijker op een motor bij gladheid en vorst.
Je rijdt op een landweg en je ziet een brug. Het waait hard. Net voor de brug voel je geen wind, omdat er bomen langs de weg staan. Zodra je de brug op rijdt, treft je ineens een harde windstoot van opzij. Rem in het vervolg af voor de brug en houd het stuur stevig vast als het hard waait. Zo heb je meer controle als de wind je raakt.
Bereid je altijd voor op kruiswind als je een open plek nadert. Een brug, viaduct of open vlakte zijn signalen om alert te zijn. Pas je snelheid aan en houd beide handen goed aan het stuur.
