Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en verrichtingen Bijzondere wegen
Een plek op de weg waar de rijbaan smaller wordt. Er is dan niet genoeg ruimte voor verkeer uit beide richtingen tegelijk.
Bij een wegversmalling kan niet iedereen tegelijk door. Daarom moet iemand wachten. Borden F5 en F6 geven aan wie dat is.
Bord F5: jij moet wachten
Staat er aan jouw kant bord F5? Dan moet je wachten. Je laat het tegemoetkomende verkeer eerst door de versmalling rijden.
Verkeer dat uit de tegenovergestelde richting op je afkomt. Dit zijn alle weggebruikers: motorrijders, automobilisten, fietsers en voetgangers.
Bord F6: jij hebt voorrang
Staat er aan jouw kant bord F6? Dan mag jij doorrijden. Het tegemoetkomende verkeer heeft bord F5 en wacht op jou.
Bord F5 en F6 komen altijd als paar voor. Aan de ene kant van de versmalling staat F5, aan de andere kant staat F6.
Je laat de andere bestuurder ongehinderd doorrijden. Je stopt of wacht tot de weg vrij is.
Staan er geen borden? Dan wacht de bestuurder die de versmalling aan zijn kant heeft. De andere bestuurder kan gewoon doorrijden.
Staat er een zebrapad bij de versmalling? Dan geef je voetgangers altijd voorrang. Je moet voetgangers voor laten gaan als ze oversteken of duidelijk willen oversteken. Is er geen zebrapad, dan heb je geen wettelijke voorrangsplicht. Toch blijf je voorzichtig.
Je rijdt op een smalle weg en ziet bord F5 aan jouw kant. Een tegenligger nadert de versmalling. Jij stopt voor de versmalling en laat hem eerst doorrijden. Pas als de weg vrij is, rijd je verder.
