In- en uitvoegen

Bijzondere wegen, weggedeelten, weggebruikers en verrichtingen Bijzondere manoeuvres

Invoegen

Invoegen is het oprijden van de doorgaande rijbaan vanaf een invoegstrook. Je past je snelheid aan het op de doorgaande rijbaan rijdende verkeer aan. Zo voeg je in zonder dat anderen hoeven te remmen of uit te wijken.

Uitvoegen

Uitvoegen is het verlaten van de doorgaande rijbaan via een uitrijstrook. Je rijdt de uitrijstrook op om de weg te verlaten.

Invoegstrook

Een invoegstrook is een weggedeelte dat door een blokmarkering van de doorgaande rijbaan is afgescheiden. De strook is bestemd voor bestuurders die de doorgaande rijbaan op willen rijden.

Uitrijstrook

Een uitrijstrook is een weggedeelte dat door een blokmarkering van de doorgaande rijbaan is afgescheiden. De strook is bestemd voor bestuurders die de doorgaande rijbaan verlaten.

Bij in- en uitvoegen laat je altijd het overige verkeer voor gaan. Dit zijn namelijk bijzondere manoeuvres.

Geef als motorrijder altijd op tijd richting aan bij het invoegen en uitvoegen.

Wil je invoegen? Pas dan eerst je snelheid aan aan het verkeer op de doorgaande rijbaan. Hiervoor gebruik je de invoegstrook. Kijk in je spiegels en over je schouder. Voeg pas in als anderen daarvoor niet hoeven te remmen.

Wil je de doorgaande rijbaan verlaten terwijl iemand anders invoegt, dan wordt geadviseerd om het uitvoegende verkeer voor te laten gaan. 

Let als motorrijder extra op je positie op de rijbaan. Voorkom dat je precies naast een ander voertuig uitkomt bij het invoegen. Dat vergroot namelijk het risico op een ongeluk, want een motorrijder is minder zichtbaar dan een auto.

Je rijdt op de invoegstrook van een autosnelweg. Het verkeer rijdt 100 km/u. Je zorgt dat je zelf ook vaart maakt en 100 km/u rijdt. Ze zoekt een plek waar je tussen kan en gaat daarnaast rijden. Dan kijk je in je spiegel en over je schouder en zet je je knipperlicht aan. Dan voeg je in zonder dat de achterligger hoeft te remmen.