Banden controleren

Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Onderhoud en controle

Je banden zijn het enige contact tussen je scooter en het wegdek. Goede banden zijn daarom direct van invloed op je veiligheid. Controleer ze regelmatig, minstens 1 keer per maand.

Profieldiepte

De diepte van de groeven in het loopvlak van je band. Voldoende profiel zorgt ervoor dat water onder de band afgevoerd wordt. Zo houd je grip op nat wegdek.

Bandenspanning

De luchtdruk in je band, uitgedrukt in bar. De juiste spanning staat in het instructieboekje van je scooter. Te weinig of te veel druk kan gevaarlijk zijn.

Ventieldopje

Het dopje op het ventiel van je band. Het ventiel is het kleine pijpje waardoor je band wordt opgepompt. Het dopje houdt het ventiel schoon en beschermt het tegen vuil.

Bandbeschadiging

Schade aan de buiten- of binnenkant van je band. Denk aan uitstulpingen, scheurtjes en plaatselijke slijtage.

Loop voor vertrek even om je scooter heen en bekijk beide banden. Kleine problemen zie je zo snel.

Controleer de profieldiepte, de bandenspanning en de ventieldopjes. Twijfel je over de spanning? Controleer het met een manometer.

Let ook op beschadigingen. Uitstulpingen, scheurtjes of plaatselijke slijtage zijn tekenen dat een band niet meer veilig is. Rijd nooit verder met een beschadigde band. Je kunt dan gemakkelijk een klapband krijgen.

Zit er geen ventieldopje op? Regel meteen een nieuwe. Zonder dopje komt er vuil in het ventiel. Daardoor kan de band gaan lekken. Hierdoor loopt de band langzaam leeg en neemt de bandenspanning af.

Je pakt je scooter voor een ritje en loopt er even omheen. Aan de zijkant van de achterband zie je een kleine uitstulping. Je rijdt niet weg. Een uitstulping kan betekenen dat de band bijna knapt. Je laat de band controleren bij een rijwielhandel.