Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Afstand bewaren en zicht
Volgafstand is de afstand tussen jouw scooter en het voertuig voor je. Een goede volgafstand geeft je genoeg tijd om te remmen als dat voertuig plotseling stopt.
De afstand tussen jouw scooter en het voertuig direct voor je. Een veilige volgafstand geeft je genoeg ruimte om op tijd te remmen. We gaan uit van een veilige volgafstand van minimaal 2 seconden bij goede weg- en weersomstandigheden.
Je moet altijd kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien en die vrij is.
Er zijn 2 manieren om de volgafstand te meten: de 2-secondenregel en een berekening op basis van je snelheid.
Een methode om een veilige volgafstand te meten. Je kijkt wanneer het voertuig voor je een vast punt passeert, en telt hoe lang het duurt voordat jij datzelfde punt passeert. Die tijd moet minstens 2 seconden zijn.
Kies een vast punt langs de weg, zoals een verkeersbord of een boom. Passeert het voertuig voor je dat punt? Tel dan in hele seconden: "eenentwintig, tweeëntwintig". Passeer jij het punt pas als je klaar bent met tellen? Dan is je volgafstand goed.
Je rijdt op een landweg achter een bestelwagen. De bestelwagen passeert een lantaarnpaal. Je telt tot twee. Jij passeert diezelfde lantaarnpaal precies op het moment dat je klaar bent met tellen. Je volgafstand is in orde.
Je kunt de volgafstand ook berekenen: (snelheid ÷ 2) + 10% = volgafstand in meters. Deel je snelheid door 2 en tel daar 10% bij op. Als geheugensteuntje: ''iets meer dan de helft van je snelheid''.
Je rijdt buiten de bebouwde kom met 45 km/u. Je volgafstand moet dan minimaal 25 meter zijn: (45 ÷ 2) + 10% = 22,5 + 2,25 = 24,75 meter. Zo kun je in onverwachte situaties nog veilig reageren.
Bij hogere snelheid leg je meer meters per seconde af. Daarom blijft de tijdregel gelijk, maar wordt de afstand in meters groter.
De minimale afstand tot het voertuig voor je waarbij je nog veilig kunt stoppen. Die afstand hangt af van je snelheid, de toestand van de weg en het weer.
Bij slecht weer houd je meer afstand aan. Regen, mist of sneeuw maakt je remweg langer. Je banden hebben minder grip en je ziet minder ver. Houd in die situaties minstens 3 tot 4 seconden afstand aan in plaats van 2. Zo heb je genoeg tijd om te reageren.
Je rijdt op een natte weg. Het verkeer voor je remt plotseling. Omdat je meer dan 2 seconden als volgafstand hebt aangehouden, heb je genoeg ruimte om rustig te remmen. Je stopt zonder het voertuig voor je te raken.
Een ruime volgafstand geeft je ook de ruimte om obstakels te ontwijken. Denk aan een gat in de weg of een object dat op de rijbaan ligt. Op een scooter is dat extra belangrijk. Je bent immers minder goed beschermd dan in een auto.
