Rijden bij regen en aquaplaning

Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Afstand bewaren en zicht

Neerslag

Regen, hagel of sneeuw die uit de lucht valt. Neerslag maakt het wegdek nat en glad.

Gladheid

Gladheid betekent dat het wegdek minder grip biedt. Je voertuig kan dan gaan slippen. Regen is een veelvoorkomende oorzaak, zeker bij de eerste bui na een droge periode.

Na een droge periode is de eerste regen extra gevaarlijk. Het wegdek bevat dan oud rubber door bandenslijtage, olie en stof. Die mengen met het regenwater en maken de weg extra glad.

Spoorvorming

Spoorvorming zijn uitgereden geulen in het asfalt. Op drukke rijbanen slijt het wegdek na verloop van tijd. In die geulen blijft water staan. Voor smalle banden, zoals die van een scooter, is dat extra gevaarlijk. Een smal wiel glijdt namelijk makkelijk in zo'n geul.

Aquaplaning

Aquaplaning ontstaat als er zoveel water op het wegdek staat dat het profiel van je band het water niet meer kan afvoeren. Er vormt zich een waterlaagje tussen de band en het asfalt. Daardoor verlies je grip en glijd je over het water.

Je moet altijd kunnen stoppen binnen de afstand die je kunt overzien en die vrij is.

Bij een scooter is het risico op aquaplaning groter dan bij een auto. Een scooter heeft smalle banden die minder water afvoeren. Komt er meer water onder de band dan die aankan, dan verlies je grip.

Je herkent aquaplaning doordat je stuur ineens lichter aanvoelt. De scooter reageert dan niet meer op je stuurbewegingen.

De juiste reactie bij aquaplaning:

  • Neem rustig gas terug.
  • Rem niet hard.
  • Houd het stuur recht.
  • Wacht tot de band weer grip heeft op het wegdek.

Hard remmen of plotseling sturen maakt het erger. Je kunt de controle dan helemaal verliezen.

Zo voorkom je aquaplaning:

  • Rijd langzamer bij regen, zeker op plekken met plassen.
  • Houd meer afstand tot de voorganger.
  • Vermijd spoorvormingen waar water in staat.

Je rijdt op een provinciale weg tijdens een flinke regenbui. Er staan plassen op het wegdek. Ineens voelt je stuur lichter aan. Je neemt rustig gas terug en houdt het stuur recht. Na een paar meter voel je de grip terugkomen. Je had last van aquaplaning.