Verantwoorde verkeersdeelname en milieubewust rijden Onderhoud en controle
Een passagier is iemand die meerijdt op een voertuig, maar het niet zelf bestuurt.
Als je lading meeneemt op je scooter, moet je de lading goed vastzetten. Lading die beweegt of valt, is gevaarlijk voor jou en voor anderen om je heen.
Lading mag het besturen niet belemmeren en mag geen gevaar opleveren voor andere weggebruikers.
Let op deze punten bij het vervoeren van lading:
- Zet lading vast zodat het niet kan schuiven of vallen.
- De verlichting aan de achterkant moet zichtbaar blijven.
- De kentekenplaat moet volledig leesbaar blijven.
Je legt een tas op de bagagedrager. De tas hangt half over de kentekenplaat. Dat is niet toegestaan. Zet de tas goed vast of pak hem anders in.
Een tweede zitplaats is de plek achter de bestuurder waarop een passagier zit. De passagier zit tegen de bestuurder aan.
Een passagier zit achter jou op de tweede zitplaats. Zorg dat je passagier jou niet afleidt tijdens het rijden. Jij blijft verantwoordelijk voor wat er op de weg gebeurt.
Bestuurders en passagiers zitten tijdens het rijden op de voor hen bestemde zitplaatsen.
Een passagier op een bromfiets of snorfiets is verplicht een goedgekeurde helm te dragen, net als de bestuurder.
Bij extra gewicht op de scooter pas je de bandenspanning aan. Een hogere bandenspanning zorgt voor stabiel rijgedrag bij een zwaardere belasting.
Neem je een passagier mee? Dan draagt je scooter meer gewicht. Stel de bandenspanning dan hoger in volgens de handleiding van je scooter. Daardoor blijft de scooter stabiel en reageert het stuur beter.
Je neemt een vriend mee op je scooter. Voor je vertrekt controleer je de bandenspanning. In de handleiding staat dat je bij 2 personen de druk verhoogt. Je past dit aan en rijdt stabiel weg. Je vriend heeft net als jij zijn helm op. Dat is verplicht.
